Groeven bewoner van een doorlaat Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.



Onderstaande artikelen zijn afkomstig van de website van Aquariumvereniging Pronkjuweel te Groningen, en geschreven door Peter Bus. De website staat hergebruik toe, mits: Deze artikelen mogen gebruikt worden, mits "Peter Bus, AV Pronkjuweel" vermeld wordt. Ze staan hier gebundeld onder elkaar, omdat dat wat comfortabeler leest, vooral ook op tablets. Je hoeft niet de hele tijd te klikken. In de binnenlanden van Zuid-Amerika wordt hij gevangen, om precies te zijn in het Amazône stroomgebied en de zijarmen naar de Guyana.

Het is een rustige vis, die door zijn typische stand in het water wel opvalt. Hij kan 15 cm lang worden en is een ideale vis om in een gezelschapsaquarium te houden, samen met een school Discusvissen. Zorg wel voor een voldoende groot aquarium, bijvoorbeeld cm lang, 50 http://camera-filters.biz/hoe-je-de-jackpot-in-online-casino-te-winnen.php hoog en 50 cm diep.

Ook de temperatuur komt overeen met die van de Discusvis, namelijk rond de 27 graden Celsius. Hoewel het een alleseter is, dat wil zeggen hij eet algen, knabbelt soms aan planten, maar hij eet ook watervlooien. Het is echter wel een vis voor de gevorderde Groeven bewoner van een doorlaat. Een beginnen zal ze wel niet zo gauw kopen, omdat ze bovendien nogal prijzig zijn, evenals alle andere moeilijke vissen.

Bij de aanschaf moeten wij wel rekening houden met de eisen die ze stellen. Ze moeten voldoende schuilplaatsen kunnen vinden tussen de planten. Enkele soorten planten als Vallisneria zijn dan ook nodig, waar ze zuch in kunnen terugtrekken.

Zorg voor rustige medebewoners, want ze zijn wat schuw en kunnen zich anders voorgoed terugtrekken in de planten om daar weg te kwijnen. Zorg ook voor een groep lage planten als Cryptocorynesoorten of Tenellus, waar ze rustig kunnen rondzoeken naar voedsel.

Evenals de Discus houden ze click at this page van een felle belichting. Dit kan men het gemakkelijkst regelen door lege rolletjes van toiletpapier om de T.

Op deze manier kan men ook iedere groep planten apart belichten. Een ander voordeel Groeven bewoner van een doorlaat, dat men zo ook mooie schaduwpartijen kan maken tussen de wortels van kienhout. In dit artikel zal ik trachten wat meer informatie te geven over deze visfamile, die we, althans op enkele soorten na, regelmatig tegenkomen.

De stof is gehaald uit aanwezige literatuur, aangevuld met mijn eigen ervaring. De eerste Apistorgamma die we in de handel tegenkwamen, was Apistogramma agassizi tegenwoordig zien we deze vis niet meer zo vaak. Nu is de Apistogramma ramirezie het meest geliefd. Om hierbij te horen moet een vis op zijn minst aan twee eisen voldoen: Ze komen dus alle uit Zuid-Amerika.

Ze houden van een temperatuur rond de 25 graden Celcius en het water zou zacht en zwak zuur moeten zijn. Nu zijn de tegenwoordige soorten alle nagekweekt en ook wel gehard tegen wat ander water.

Ook andere, zoals de Apistogramma agasizi, ortmanni en kleei lijken zich vrij goed op hun gemak te voelen. Toch moet het water we aan bepaalde eisen voldoen. Het man namelijk beslist niet verontreinigd zijn bij welke vis wel? Ze schijnen ook slecht tegen bepaalde ziektebestrijdingsmiddelen te kunnen. Dus hier moet altijd voor Groeven bewoner van een doorlaat worden. Dit geldt alleen voor de mannetjes. De mannetjes, vooral van de puntstaartigen, zijn vaak zeer fraai. Dit in tegenstelling tot de vrouwtjes, die veel kleiner en minder mooi zijn.

De mannetjes zijn polygaam, d. Dit gedrag houdt in dat we ze eigenlijk niet in paartjes mogen houden of kweken. De belangrijkste eis, die de vis aan het aquarium stelt is een schuilmogelijkheid, ze brengen namelijk in de natuur een groot deel van hun leven door in schuilplaatsen. Dus een paar steengroeperingen of bloempotten zijn onontbeerlijk, anders worden ze agressief en voelen ze zich niet op hun gemak. Uit de voorgaande gegevens kunt U opmaken dat er toch met een aantal dingen rekening gehouden moeten worden, alvorens U één van deze dieren toelaat Groeven bewoner van een doorlaat Uw bak: Als ik soms levende watervlooien voerde, dan waren bij sommigen al snel schurende bewegingen waar te nemen.

Door te stoppen met dit voer ging het dan altijd van zelf weer over, dus zo ziekte gevoelig zijn ze nu ook weer niet. Bijna alle Apistogramma soorten zijn vrij eenvoudig te kweken, alleen zal met een aantal dingen rekening gehouden moeten worden.

Zoals u al gelezen hebt, zijn de Apistogramma mannetjes polygaam. Dit houdt in dat sommige soorten zich beslist niet in paartjes laten kweken met name bij A. De belangrijkste factor is het legrijp zijn van het vrouwtje. Verder kan aanzuren en verversen van het water d. De eitjes worden vastgekleefd in het hol van het vrouwtje b.

Ze neemt ook bijna altijd de broedzorg voor haar rekening soms helpt het mannetje. Groeven bewoner van een doorlaat u geen grote kweekbak hebt, kunt u het beste het mannetje direct na het uitkomen van de Groeven bewoner van een doorlaat verwijderen.

Het vrouwtje kan nog rustig 3 tot 4 weken blijven zitten. De eitjes komen na ongeveer 3 dagen uit en de jongen gaan vrij zwemmen rond de 5e of 6e dag. Ze eten dan gelijk al microaaltjes of pekelkreeftjes. De verdere opfok zal weinig problemen met zich meebrengen. Alleen voor een goede ontwikkeling zullen de jongen over een behoorlijke zwemruimte moeten kunnen beschikken. Na 2½ tot 3 maanden is dan reeds het geslachtsonderscheid te zien en na ongeveer 6 maanden zijn ze zelf week geslachtsrijp.

Het kan http://camera-filters.biz/machines-voor-echt-geld-spelen-zonder-enige-sign-up-bonus-te-investeren.php dat de eitjes opgegeten worden, met name jonge exemplaren doen dit vaak bij hun eerste legsel.

Als het regelmatig gebeurd kunt U de partners proberen te wisselen. Kunstmatig opvoeden is minder leuk en vaak niet zo succesvol. Een tandkarper, die tot de oppervlaktezwemmers behoort en die meerdere leden van onze Groeven bewoner van een doorlaat wel eens in hun aquarium hebben gehouden. Over de vraag of deze tandkarper al dan niet geschikt is voor onze aquaria, is al meerdere malen geredetwist.

Ik persoonlijk ben van oordeel, dat dit visje wel degelijk een plaatsje in ons aquarium waard is. Het is alleen de vraag met welke vsjes we hem samenhouden en welk voedsel we hem geven. Als men van oordeel is dat we deze vis met elke andere soort visjes kunnen houden, hebben we het wel degelijk mis, want voor sommige medebewoners zal de Aplocheilus lineatus een gevaar opleveren, speciaal voor de kleinere soorten.

In Groeven bewoner van een doorlaat staat en link minder goede voedering; als we hem bijvoorbeeld geen levend voer geven, zal deze vis er niet voor schromen kleinere visjes als zijn hoofdschotel te beschouwen.

Houden we met deze omstandigheden rekening: Aplocheilus lineatus kunnen we totéén der grotere killyvisjes rekenen en daarbij ook nog tot de snoeken familie, al wordt hij niet zo groot. Volwassen zal hij ongeveer 6 à 7 cm meten. In onze aquaria en bij een goede verzorging in grote bakken kan hij ook wel eens de 10 cm halen. Land van herkomst is India en Ceylon Shi Lanka. Aplocheilus lineatus komt ook voor in Thailand. Hij behoort tot de familie Cyprinodontidae. Nu wil ik proberen om de kleur te beschrijven, ofschoon dat niet mee zal vallen, want naar mijn mening heeft hij beslist meer kleuren dan de regenboog.

Met zijngerekt lichaam heeft hij iets van een snoek weg. Brede kop en bek en een lichte vlek op het schedeldak. Lichaamskleur olijfbruin met donkere rug, Groeven bewoner van een doorlaat met Groeven bewoner van een doorlaat glanzende punten Groeven bewoner van een doorlaat tot lengtestrepen samenvloeien, glanzend groen in zijn iris, de bek meestal blauwgroen en de kieuwdeksels grasgroen.

De loodrechte vinnen zijn donkerrood, de aarsvin gestipt met een brede Groeven bewoner van een doorlaat zoom. Veel rood in zijn staartvin met in de just click for source veel goudachtige puntjes. De buikvinnen zijn lang, toegespitst met veel rood erin en naar achteren soms geel kleurend. De borstvinnen zijn meestal kleurloos, soms licht gekleurd. Zoals u ziet een bijzonder kleurrijk visje Het typische ervan is dat ze nooit hetzelfde gekleurd zijn, hetgeen we bij de Guppen ook terug vinden met hun kleurschakeringen.

Ik heb 6 exemplaren in mijn bak gehad, hoe ouder ze werden hoe meer de glanzende keuren verdwenen en na twee jaar had ik er geen meer over. Volgens mijn mening worden ze niet zo oud in onze aquaria. Ze houden niet van een beroering van het wateroppervlak, want dan trekken ze zich terug langs de zijkanten of gaan tussen de planten staan.

We houden hem het beste in een watertemperatuur tussen de 24 en 26 °C. Volgens de literatuur zouden ze gemakkelijk tot voortplanting overgaan, maar op dit gebied heb ik nog geen ervaringen op kunnen doen. De vrouwtjes van de Aplocheilus lineatus zijn wat kleurverscheidenheid betreft vrij onaanzienlijk, ze bezitten niets van het brillante kleurenpalet der mannetjes en de vinnen zijn ook niet zo fors ontwikkeld; vooral de buikvinnen niet.

Als voedsel kunnen we van alles toedienen, als het maar leeft: Toen ik Groeven bewoner van een doorlaat in de kunderschoenen stond met mijn aquariumhobby, weet ik nog goed dat dit visje een andere naam had: Panchax lineatus, maar goed dat hoort ook weer tot de verleden tijd.

Probeer ze zelf eens te bemachtigen en ik kan U verzekeren dat U een stel juweeltjes aan de oppervlakte van Uw aquarium hebt ronddartelen waar U veel plezier aan zult beleven.

Het zijn zeer fraaie en snelle zwemmers deze zalmen. Dit is wel één van de mooiste Afrikaanse Kongozalmen. In het Nederlands worden ze wel Roodoogkongozalmen genoemd.

Ze verlangen een ruim aquarium, Groeven bewoner van een doorlaat ze vrij groot kunnen worden, namelijk 10 cm. Ook moet U zorgen voor goed voedsel, zoals bijvoorbeeld muggelarven, watervlooien en tubifex. Ook insecten zoals vliegen, kevertjes en watertorren worden graag verorberd evenals meelwormen, kleine regenwormen online en weddenschappen dergelijke.

Tevens wordt plantaardige kost op Groeven bewoner van een doorlaat gesteld; af en toe een blad sla. Zo'n slablad binden we aan een steentje en laten het dan naar de bodem van article source aquarium zinken.

In het aquarium moet voor de Arnoldichthys spilopterus beslist een flinke zwemruimte zijn, een donkere bodem en een goed werkend filter, zo mogelijk een lichte waterstroming en wat zon. Het zijn uitgesproken scholenvissen; we moeten tenminste 6 á 8 exemplaren bij elkaar houden. Ze komen het mooist op kleur in zacht, licht zuur water en een temperatuur van ca. De Vliegtuigen spelapparaat van deze zalmen is erg moeilijk.

Paarvorming speelt een belangrijke rol en is het beste te proberen met een Groeven bewoner van een doorlaat en een ruime kweekbak met Groeven bewoner van een doorlaat, zacht en zuur water. Vooral voor de kweek niet te Groeven bewoner van een doorlaat vissen nemen.

De volwassen Kongozalmen rijkelijk met insecten voeren, gebeurt dit niet dan zetten de vrouwtjes nauwelijks kuit aan. De kweekbak moet ook op een rustige plaats staan en het verdient aanbeveling te zorgen voor diffuus licht. Arnoldichthys spilopterus komt uit West-Afrika uit het gebied van de Nigerdelta tot in Lagos. Het is Groeven bewoner van een doorlaat vis die zich ophoudt in de middenzone van het aquarium.

Bij een eventuele kweek wens ik U veel succes, het is niet eenvoudig, maar het proberen Groeven bewoner van een doorlaat zeker waard. De rode Badis badis burmanicus wordt gevonden in het op meter gelegen Inle meer op het Shan plateau in Brima Myanmar. Ze leven daar in water met een gemiddelde temperatuur van 21 graden Celcius.

Deze vis heeft een goed aanpassingsvermogen en kan gerust in het Groeven bewoner van een doorlaat gehouden worden. Wel moet er gezorgd worden voor een goede beplanting, zodat de vis de gelegenheid geboden wordt zich terug te trekken als ze dat wil.

De watersamenstelling is niet van belang, hoewel wat zacht Groeven bewoner van een doorlaat hun kleur wel ten goede Groeven bewoner van een doorlaat. In een ruim gezelschapsaquarium kunnen meerdere paartjes gehouden worden.

Wel is ruimte nodig voor territoriumvorming. Voor de kweek nemen we een bakje van 40 x land casino bonusgeld x 25 cm, dat gevuld wordt met niet te hard water, bijvoorbeeld half regen- half leidingwater.

De Badis soorten zetten hun eieren af op de donkerste plekken in het aquarium, vandaar dat de bak niet te licht moet staan. We geven de Badis badis burmanicus een bloempot, die op zijn kant wordt gezet met de opening van het licht afgekeerd. De watertemperatuur van het kweekbakje moet ongeveer 23 á 24 graden Celcius zijn om tot voortplanting over te kunnen gaan.

Al vrij snel neemt het mannetje de pot in zijn bezit. Ook moet in depot wat zand aanwezig zijn, want tot het paringspatroon behoort het schoonmaken van de paaiplaats en het maken van een kuiltje. Als het mannetje hier mee bezig is, kleurt hij erg intensief, maar het wijfje wordt niet geduld Groeven bewoner van een doorlaat de omgeving. Als de voorbereidingen in een vergevorderd stadium zijn, krijgt het vrouwtje de gelegenheid om ook in de pot te komen en dan begint het paringsspel.

Het Groeven bewoner van een doorlaat wordt dan heel licht van kleur. Tijdens de paring omstrengelt het mannetje het vrouwtje en dan warrelen de eitjes in het rond. De eitjes zijn erg klein en kleefkrachtig. Tussen de paringen door wil het nog wel eens gebeuren dat het vrouwtje een eitje opeet. De Badis badis burmanicus is erg productief en kan wel meer dan duizend eitjes afzetten, wat is dit afhankelijk Groeven bewoner van een doorlaat een goede voeding.

Na de paring neemt het mannetje de bewaking van de eitjes op zich en dan wordt het wijfje weggejaagd. Het wijfje moeten we dan ook uit de kweekbak scheppen. Http://camera-filters.biz/hoe-kunt-u-statistieken-op-gaming-apparaten-veranderen.php de jongen uitgekomen zijn, worden ze Groeven bewoner van een doorlaat een kuiltje in het zand ondergebracht, waar ze de eerste dagen dat ze vrij zwemmen ook nog in terugkeren als het 's avonds donker wordt.

Deze vis wordt in het Nederlands Prachtbarbeel genoemd. Een voor die tijd ideale vis kwam Groeven bewoner van een doorlaat voor het eerst in het bezit van slechts enkele van de toen nog sporadische aquariumliefhebbers.

Door zijn gemakkelijk wijze van voortplanting was deze Prachtbarbeel al spoedig wijd en zijd onder het steeds groeiende aantal aquariumliefhebbers verspreid en hij behoorde dan ook tot de algemeen geliefde vissen.

Dat was overigens geen wonder, want niet alleen bezit de Barbus Conchonius mooie, opvallende kleuren, doch ook stelt hij bijzonder weinig eisen. Hij is gemakkelijk met voederen, groot te brengen, het geslachtsonderscheid is gemakkelijk vast te stellen en hij is gemakkelijk tot voortplanting te brengen. Verder is Groeven bewoner van een doorlaat zeer levendig en verdraagzaam. Toch mag gezet wanneer fruitmachines uit deze verdraagzaamheid niet opmaken dat deze barbeel maar in ieder gezelschapsaquarium past.

Kleine en schuwe vissen kruipen vaak weg voor deze robuuste ravotgrage rakkers en dat zal een van de oorzaken zijn, dat de Indische Prachtbarbeel Groeven bewoner van een doorlaat de bakken van de meeste liefhebbers momenteel nog slechts betrekkelijk weinig voorkomt.

Bovendien wordt hij sinds de dertiger jaren verdrongen door de regelmatige importen van kleinere aquariumvissen, die zo langzamerhand alle grotere soorten uit de Groeven bewoner van een doorlaat hebben verdreven.

Voor de beginners en voor degenen, die nog nooit een barbussoort hebben verzorgd, is het nog steeds een uitermate geschikte vis om er mee te beginnen. Het is een vis waar niemand moeite mee kan hebben. De Barbus conchonius is zelfs zo sterk gebleken, dat hij de gevolgen van de oorlogsmisère, met de daaraan verbonden, vaak slechte voedering en soms geheel ontbrekende verwarming, zonder zichtbare gevolgen te boven is gekomen.

Het vaderland van de Indische Prachtbarbeel moeten we in Voor- en Achter- India zoeken. Voornamelijk treffen wij hem aan in vijvers, poelen, beken en riviertjes in het stroomgebied van de rivieren de Ganges en de Brahmapoetra; in de landstreken van Bengalen en Assam dus. Alleen over deze laatste vindplaats zijn ons enkele gegevens bekend geworden door Navalkar. Zo werd bij Poona naast de Barbus conchonius onder meer buitgemaakt: Danio malabaricus, Rasbora daniconius, Barbus chola, Barbus ticto, Barbus vittatus en Chanda lalla.

Aan planten werd hier gevonden: De Barbus conchonius heeft als aquariumvis goede eigenschappen. Het enige dat men op hem tegen zou kunnen hebben, is het genoegen dat hij er in schept om op de bodem tussen het vuil rond te neuzen op zoek naar iets eetbaars. Het is een echte bodemafschuimer die, als zoveel barbelen, zijn kostje opscharrelt in de laagste regionen van het aquarium. Niet Groeven bewoner van een doorlaat gaat hij daarbij voorzichtig te werk en de gevolgen kunnen Groeven bewoner van een doorlaat zijn, die de planten binnen korte tijd een minder fris aanzien geven.

Nu zou men de Prachtbarbeel kunnen gaan houden in een aquarium met een kraakheldere bodem, maar gezien zijn voorkeur voor het afzoeken van de bodem, is het begrijpelijk dat hij daarin niet al te best zal kunnen aarden. Verder zal men er bij de inrichting van het aquarium rekening mee moeten houden, dat de Prachtbarbeel graag tezamen met meerder soortgenoten leeft. Heeft men vijf of zes stuks in de bak, dan zal het, zolang er licht in de bak valt, een spelen Casino casino minstens 1 roebel jewelste zijn.

Dan weer eens een koppeltje, dan weer enkele mannetjes of het geheel groepje tezamen, zullen elkaar als dwazen nazitten en om elkaar heen tollen. Om het bezwaar van het opdwarrelen van stof continue reading te heffen en toch te profiteren van het effect dat een donker gekleurde bodem Groeven bewoner van een doorlaat de kleurengloed van de dieren heeft, zal men dus met enig overleg te werk moeten gaan.

Allereerst dient er een flinke speelruimte te worden vrijgehouden. De bodem hiervan zou men het best kunnen bedekken met fijn geklopte lavasteen of anders met niet te kleine brokjes goed uitgespoelde turf. De speelruimte wordt afgezoomd met een grillig gevormd muurtje van brokken lavasteen en daarachter ligt de iets verzonken bodemgrond, afgedekt met goed uitgeplozen en uitgespoelde lange turf.

Het Groeven bewoner van een doorlaat achter de stenen wordt flink beplant met grof- of lintbladerige Groeven bewoner van een doorlaat, die hier en daar tot flinke bossen worden verenigd. Hiertussen zullen de vissen zich zo nu en dan graag eens terugtrekken. Het opdwarrelen van stof en de nadelige gevolgen hiervan zal men hiermede tot een minimum kunnen beperken. De fors gebouwde, tot circa 7 cm groot wordende dieren, zijn wel het mooist tijdens hun immer boeiende spel en wel in het bijzonder als het zonlicht recht van boven in de bak kan vallen.

De olijfgroene tot donkerolijfbruine rug, de zilverglanzende flanken en de witachtige buik zijn dan met een rozerode gloed overgoten en ieder van de tamelijk grote schubben lijkt een donker omzoomd, fonkelend diamantje.

Op het achterlichaam, boven de laatste stralen van de aarsvin, steekt duidelijk de diepzwarte, goudomrande, erwtgrote vlek af.

Over het algemeen http://camera-filters.biz/casino-in-yandex-geld.php de mannetjes feller en meer gekleurd dan de vrouwtjes. Een duidelijk geslachtsonderscheid vormt, buiten de brede buik, ook nog de kleurtekening van de vissen. Rug- aars- en buikvinnen van de mannetjes zijn oranjerood getint en eindigen in donker tot zwart gekleurde spitsen. Van de Barbus conchonius kan men lang plezier hebben. Bij een goede verzorging bereiken zij niet zelden de leeftijd van vijf tot zes jaar.

Ook bij de voortplanting is de Barbus conchonius een buitengewoon vis. De grootste moeilijkheid die men bij de kweek heeft, is wel het voorkomen van eieren eten. Goede, afwisselende voedering voordien is wel één van de meest afdoende voorzorgsmaatregelen. Bij de voedering mag vooral niet het geven van plantaardige kost worden verzuimd. Van tijd tot tijd hebben ze dit nodig en wanneer dit niet voldoende aanwezig is, bijvoorbeeld in de vorm van algen, zullen zij, zeer tot het ongenoegen van hun verzorgers, zich gaan vergrijpen aan de jonge, malse koppen van de waterplanten.

Groeven bewoner van een doorlaat de samenstelling van het water blijken zij zich in het geheel niet te bekommeren. Ook de temperatuur speelt in hun leven geen al te grote rol. Het best voelen zij zich bij een temperatuur van 20 tot 22 graden Celsius, doch een temperatuur van 12 graden Celsius kunnen zo ook nog goed verdragen.

Maar het is we zo, dat hoe groter de bak is, des te beter zullen bij deze vrijleggers de resultaten zijn. Zij vragen nu eenmaal de ruimte om zich te kunnen uitleven en dat geldt zowel voor hun gewone onderkomen als voor het kweekaquarium. In verband met de geliefkoosde bezigheid van eieren eten is het noodzakelijk Groeven bewoner van een doorlaat bodem zodanig Groeven bewoner van een doorlaat te dekken, dat de eieren zoveel mogelijk worden beschermd.

Hiervoor kunnen planten, uitgeplozen turf of grove kiezels worden gebruikt. De kweektemperatuur behoeft slechts enkele graden boven de normale te liggen. Meestal begint de paring in de vroege ochtenduren, wanneer het eerste licht, en dan nog liefst zonlicht, in de bak valt. Vrouw en man jagen elkaar langdurig na, waarbij de laatste zijn eega in de richting van het groen drijft. Daarin worden per paring een twintigtal grote, glasheldere en kleverige eitjes afgezet. In totaal kunnen een 5 tot tal eieren worden afgezet die na 28 tot 36 uur uitkomen.

Het grootbrengen van de jongen brengt - hoe kan het ook bij dit gemakkelijke visje — al even weinig moeilijkheden met zich mee. Deze Groeven bewoner van een doorlaat kunnen een lengte van 10 cm bereiken.

Ze zijn feitelijk in onze aquaria kleiner, tenzij U ze houdt in een groot Groeven bewoner van een doorlaat en uitstekend voert.

Deze Barbeel wordt in visit web page handel aangeboden onder de naam Barbus schuberti. Deze naam is niet goed, want de Schuberti is een kweekproduct van de Semifasciatus met een $ 100 registratie de online casino voor in het inslag. De echte Barbus semifasciolatus heeft een heel andere kleur, hij is namelijk bronsgroen met roodachtige vinnen en een vertikale streeptekening.

Het geslachtsonderscheid van deze vissen is gemakkelijk te onderscheiden, de mannetjes zijn kleiner en slanker dan de zeer robuuste vrouwtjes.

De Barbus semifasciolatus komt uit Zuidoost China en wel het gebied tussen Hainan en Hongkong. Groeven bewoner van een doorlaat leven daar in rijstvelden en ondiepe wateren met geen of weinig stroming. De dag- en nachttemperatuur verschilt behoorlijk in dit gebied, dit hangt natuurlijk ook met de tijd van het jaar samen.

In de winter kunnen we de vissen in ons aquarium he beste op 18 - 20 graden Celsius houden, in de zomer tot ongeveer 25 graden Celsius. De samenstelling van het water is niet van belang, wel de grootte van de bak. Wat voedsel betreft, is het een geweldige eter. Alle voedsel wordt geaccepteerd, zowel doorg- als levend voer, met een voorkeur natuurlijk voor levend voer.

Voor de kweek nemen we een bak van 40 x 25 x 25 cm. Die vullen we met zacht water dat ook zeer helder moet zijn. Een waterstand van 10 cm is reeds voldoende. De temperatuur brengen we op 22 à 23 graden Celsius.

De bodem bedekken we met zand. We plaatsen een bosje fijnbladige planten in de kweekbak, hierin worden de eieren afgezet. Voor de kweek van de Barbus semifasciolatus nemen we een mooie man en een vrouw, die goed van kleur en niet te klein zijn. Als blijkt dat de vissen niet tot voortplanting overgaan, halen we ze uit de kweekbak, daarna houden we ze een paar dagen gescheiden. Als ze daarna weer bij elkaar gezet worden, beginnen ze vaak de volgende dag reeds eieren af te zetten; à eieren is geen zeldzaamheid.

De jongen komen ongeveer na 24 uur uit. Als ze vrij Groeven bewoner van een doorlaat, voeren we ze met slootinfuus. Vanaf de derde dag eten ze pas uitgekomen pekelkreeftjes.

Na ongeveer één week kunnen we de jongen watervlooien of ander slootvoer geven. We moeten de Barbus semifasciolatus wel in een schooltje houden, dan voelen ze zich prettiger en zijn ze mooier van kleur.

Deze vis komt in vele watertjes en wateren voor, In langzaam- en snelstromende, in het laagland tot in het hoogland van Birma, doch ook in Thailand, Sumatra, Malakka en Achter-Indië. Men vindt in deze watertjes vaak een weelderige plantengroei. Deze vis wordt ook wel Goud-danio genoemd. De Brachydanio albolineatus wordt ook wel aangetroffen in kleine poelen en plassen, waarin afgestorven plantenresten liggen.

We moeten ze ook beslist niet in een te klein aquarium houden, de minimummaat is wel 70 x 30 x 30 cm.

In een klein aquarium zullen ze wegkwijnen, maar dit gebeurt ook als we slechts twee vissen van deze soort houden. We kunnen het best een koppeltje van 6 à 8 exemplaren combineren met een schooltje aanverwante soorten. We denken hierbij aan het Zebra-barbeeltje. Als we het aquarium inrichten zorgen we voor flinke groepen hoge planten, doch ook fijnbladige planten zoals Aponogeton crispus e. Deze visjes houden van een zonnige standplaats en een watertemperatuur, die varieert tussen de 21 en 25 graden Celsius; dan zullen zij ons hun schitterende, flonkerende kleuren tonen.

Van ondergeschikt belang is de watersamenstelling. Wel af en toe vers water bijvullen. De minimale maat van de kweekbak is 40 x 25 x 25 cm. Maar de kweekbak kunnen we beter met zacht water vullen bijv. We dekken de bodem met een zandlaagje af, daarover een laagje draadalg of wat bosjes aquavarens. De temperatuur van het zachte water van de kweekbak kan variëren van 25 tot 27 graden Celsius.

We laten twee mannen en één vrouwtje in het bakje los. Als de eieren zijn afgezet, verwijderen we de vissen, dit i. Ook moeten we de bak afschermen tegen te vel licht, de eieren zijn hier erg gevoelig voor.

De jongen komen na 2 à 3 dagen uit, dit is echter afhankelijk van de temperatuur. We moeten bij de opfok van de jonge visjes er voor zorgen niet te lang door te gaan met het Groeven bewoner van een doorlaat van slootinfusie. Na 4 dagen kunnen ze reeds pekelkreeftjes eten of voedsel van gelijke grootte. Wel moet het water in de kweekbak en later in de uitzwemmer kristalhelder zijn.

Een nest kan wel bestaan uit Groeven bewoner van een doorlaat jongen. Ze moeten zo spoedig mogelijk in een uitzwemmer overgezet worden en we fokken ze op bij een constante watertemperatuur.

De Brachydanio albolineatus is een alleseter, droogvoer eten ze ook wel. Maar het beste is natuurlijk een afwisselend menu van leven voer.

De labyrinthvissen hebben uiteenlopende broedgewoonten, die afhankelijk zijn van het milieu. Zo zijn vele van deze vissen zogenaamde schuimnestbouwers, dat wil zeggen dat het mannetje voor de paring een schuimnest bouwt, dat bestaat uit luchtbellen.

Groeven bewoner van een doorlaat soorten verwerken er bovendien plantendelen in. Het schuimnest wordt gebouwd tussen de planten aan het wateroppervlak of ook in holen. De eiafzetting en het daarmee gepaard gaande liefdesspel vindt plaats direct Groeven bewoner van een doorlaat het nest.

De eitjes zullen door de aanwezigheid van olie omhoogstijgen en in het schuimnest belanden. Ze kunnen ook op de bodem vallen en vervolgens door het mannetje en soms ook door het vrouwtje worden verzameld en in het schuimnest gespuwd worden. Het mannetje neem de verdere broedzorg voor zijn rekening, het verbetert voortdurend het schuimnest en verzamelt naar beneden gevallen eitjes en brengt ze weer naar het nest. Zijn de jongen uitgekomen, wat afhankelijk van de temperatuur 20 tot 60 uur duurt, dan probeert het mannetje nog enige tijd, meestal zolang de jongen nog niet vrij zwemmen, ze in het nest bijeen te houden.

Dat duurt dan nog eens 3 tot 5 dagen. Maar daarna houdt de broedzorg van http://camera-filters.biz/torrent-game-machines-emulator.php mannetje op en is het beter het dan uit de bak te vangen.

Het vrouwtje wordt dadelijk na de paring verwijderd, daar het door het mannetje erg in het nauw wordt gedreven, terwijl het vrouwtje de jongen voor lekkere hapjes aanziet.

Het schuimnest heeft voor deze groep labyrinthvissen waarschijnlijk als doel de eitjes en de jongen, zolang ze nog hulpeloos zijn, in de zuurstofarme natuurlijke wateren actief in contact te brengen met de lucht en dus een zuurstof rijke omgeving te creëren. Er zijn ook labyrinthvissen die vrij afzetten. Ook deze hebben een voorkeur voor een bepaalde, tevoren uitgezochte, plek voor de eiafzetting. Bij deze soorten stijgen de eitjes eveneens door de aanwezigheid van olie omhoog naar het wateroppervlak.

De vrij afzettende labyrinthvissen vertonen geen duidelijk territoriumgedrag, zoals de nestbouwers. Ze zijn ook minder agressief. Broedzorg kennen ze niet, wel maken ze jacht op hun Groeven bewoner van een doorlaat eitjes. Een vorm van broedzorg, die we ook kennen van verschillende cichliden, vinden we ook bij vele labyrinthvissen: Muilbroedende labyrinthvissen vinden we hoofdzakelijk in stromend water.

Opmerkelijk is hun speciale manier van Rangschik online slots voor geld. Terwijl cichliden hun eitjes deponeren op een steen of in een kuil, zet het labyrinthvis vrouwtje haar eitjes af op de aarsvin Groeven bewoner van een doorlaat het mannetje.

Daar worden ze door het wijfje verzameld. Het vrouwtje oefent niet zelf de broedzorg uit, maar spuwt de eitjes na korte tijd naar het mannetje toe. Deze laatste verzamelt dan de eitjes en broed ze in zijn bek uit. In de bonte schare labyrinthvissen vinden we nog een buitenbeentje: Intussen zijn de moeilijkheden die optreden bij de kweek niets bijzonders; in alle families komen zorgenkindjes voor.

Het merkwaardige bij onze chocolade-goerami is echter, dat deze de eitjes vrij kan afzetten, maar ook nestbouwer of muilbroeder kan zijn; eventueel alle methoden gecombineerd, afhankelijk van de omstandigheden. Voor de labyrinthvissen tot paring overgaan vertonen ze een prachtig liefdesspel. De mannetjes maken de vrouwtjes met gespreide vinnen het hof, waarbij hun kleuren bijzonder Groeven bewoner van een doorlaat worden.

Sommige vrouwtjes besteden aanvankelijk nauwelijks aandacht aan de mannetjes. Ze gaan echter ten dele, als ze paarwillig click, tijdens de balts een uitgesproken bruiloftskleed vertonen.

Zijn ze nog niet tot paring bereid, dan gaan ze op de vlucht voor de mannetjes, die de vrouwtjes dan onbarmhartig door de bak jagen. In zo'n geval kunnen we het paar beter scheiden Groeven bewoner van een doorlaat wachten tot het vrouwtje duidelijk kuitaanzet vertoont.

Dit kunnen we gemakkelijk vaststellen, als we de dieren 2 of 3 dagen laten hongeren. Is de buik dan nog altijd gezwollen, dan kunnen we er zeker van zijn dat het vrouwtje kuitrijp is. De Siamese kempvis behoort tot de familie der Anabantidae.

Zijn populaire naam verraadt al het vindgebied, dat is Achter-Indië, het Malseise schiereiland en Thailand. De Betta komt voor in de meest uiteenlopende biotopen. Het land Groeven bewoner van een doorlaat de Betta splendens vandaan komt, stond lang bekend onder den naam Siam. In werd het Thailand in weer Siam en in weer Thailand. Thailand kent een tropisch moesson klimaat, dat gekenmerkt wordt door drie seizoenden: Siamees is duidelijk, maar nu nog de kempvis.

Sinds onheugelijke tijden worden deze vissen in Thailand in allerlei kleurvariëtijten gekweekt om als zogenaamde vechtvisjes te worden gebruikt. De toeschouwers wedden op de afloop Groeven bewoner van een doorlaat de strijd. In de opwinding van het gevecht tonen de mannetjes prachtige kleuren. Eén van de mannetjes geeft op een zeker moment, uitgeput en gehavend, de strijd op. Het lichaam van de Betta splendens is lang gestrekt. De rugvin is groot en ver naar achteren geplaatst, de staratvin is rond en Groeven bewoner van een doorlaat buikvinnen zijn lang Groeven bewoner van een doorlaat smal.

De vinnen hebben voor meestal de zelfde kleur als het lichaam, maar dan met donkere strepen of vlekken. De Betta is ongeveer 6 cm groot. De laatste tijd zien we ook kleinere Casino Royale kijken online Baskin dat betekend waarschijnlijk door minder goede selectie van de kweekstellen. Het uiterlijk van de vrouwtjes is minder fraai, met nauwelijks waarneembare dwarsbanden, terwijl de buikvinnen kort zijn. De eerste uit het wild gevangen dieren werden in in Frankrijk gekweekt en tegenwoordig is een Betta in alle mogelijke kleuren, van blauw tot groen, rood en zwart.

De natuurlijke vorm van de Betta komen we haast niet meer tegen. Twee kenmerken van de kempvis, Groeven bewoner van een doorlaat erg kenmerkend zijn, is dat het een labyrinthvis en een schuimnestbouwer is. Een deel van de weefsels van de Betta, aan weerszijden van de kop, is omgevormd tot een paar labyrintachtige ademhalingskamers. In de gewoonlijk vieze watertjes, die bovendien in de droge periode ook nog bederft, heeft de vis de gewoonte aangenomen naar de oppervlakte te komen om lucht te happen.

Die lucht wordt bewaard in de labyrintkamers. Bij de jonge vissen wordt de oorspronkelijke ademhaling door de kieuwen aangevuld door het labyrint doolhof. Beter gezegd naast de oorspronkelijke ademhaling door de kieuwen treedt ook het labyrint in werking. Ook het volwassen dier blijft zijn kieuwen normaal gebruiken. Bij de aanpassing aan zuurstofgebrek heeft de vis ook zijn levenswijze aangepast. De zuurstof wordt niet alleen voor de ademhaling gebruikt, maar ook voor de vervaardiging van het schuimnest.

Uit de voorraad lucht uit de labyrintkamers haalt de vis ook de lucht voor het blazen van de bellen voor het nest. De wijze, waarop de bek naar bovenwijzend is geplaats, kan als een aanpassing beschouwd worden. Met deze bek heeft de Betta een voortreffelijk instrument om het schuimnest te bouwen en om de eieren in het op het water drijvende nest te brengen.

Voordat het schuimnest gebouwd is, heeft het wijfje van de Betta niets in te brengen. Ze wordt zelfs weggejaagd. Het bouwen van het schuimnest kan drie tot zes uren duren. Als het klaar is, accepteert de Betta de vriendelijke benadering van het wijfje. Het onvermoeibare mannetje over conditie gesproken! Telkens neemt hij een eitje in de bek, bedekt het snel met een speeksellaagje en spuwt het weer in het nest. De Betta is niet veeleisend en geschikt voor zowel grote als kleine aquaria.

De beplanting moet wel goed zijn en graag voorzien van drijfplanten. Verdraagzaam is de kempvis wel tegenover andere vissen. Maar mannetjes onder elkaar zijn wel aggresief. Onwillige vrouwtjes hebben het als het nest gereed is, zwaar te verduren. Meer exemplaren in een bak houden is niet zo geslaagd.

Er wordt net zolang gevochten, tot de zwakste het loodje heeft gelegd. Als voer nemen ze alle levend voer aan, maar de voorkeur gaat uit naar muggelarven droogvoer wordt ook met gretigheid geaccepteerd. De Betta splendens is een door zijn kleur fraaie verschijning in het aquarium. En het is Groeven bewoner van een doorlaat alle aquarianen een uitermate boeiende vis in zijn voortplantingsgedrag.

Just click for source Black molly is de zwarte soort van de familie Poeciliidae; de soort heet Mollienesia sphenops. Een Black molly moet dan ook gitzwart zijn om hem mooi te kunnen noemen. De Molly is een gekweekte soort; het visje komt niet in de natuur voor. De lengte is ongeveer 6 cm, de vinnen zijn vrij klein en afgrond.

Tegenwoordig worden ook sluiermolly's in de handel aangeboden. De kop van de Molly is afgeplat en de snuit is enigszins toegespitst. Het lichaam is een weinig samengedrukt, de staart is echter sterk samengedrukt. De Black molly is een levendbarend visje, dat uit Midden-Amerika stamt. Het visje verlangt een vrij hoge temperatuur, maar past zich ook aan een iets lagere temperatuur van een gezelschapsaquarium aan.

Voor het kweken is toch zeker een temperatuur van 25 graden Celcius vereist om de jongen groot te brengen. Wanneer ze zich prettig voelen is het aan hun gedrag te zien, ze zijn dan erg actief en levendig. Zoals bij zoveel levendbarenden is het een uitstekende algeneter, die vaak bijgevoerd moet worden, het zijn namelijk flinke eters. Bij een volwassen Black molly is het niet verwonderlijk als over de honderd jongen worden gebaard.

Wanneer het baren op zich laat wachten, dan een beetje zout aan het water toevoegen. Het geslachtsverschil continue reading duidelijk zichtbaar. Een mannetje in een schooltje van ongeveer 7 is voldoende. De Botia macracantha komt uit de Indo-Australische archipel. In de natuur wordt deze vis wel 20 cm, maar in ons aquarium worden ze zelden langer dan 15 cm. Het is niettemin een geschikte aquariumvis.

Het zijn echte modderkruipers, wat echter niet direct aan hun voorkomen te zien is. Bij nadere beschouwing is dit wel duidelijk merkbaar; hun darmademhaling valt dan op, waarbij ze op dezelfde wijze als de Aziatische modderkruipers darmgassen dit is grotendeels afgewerkte atmosferische lucht via de aarsopening laten ontsnappen.

Het zelfde zien we ook bij de Cobitissoorten. De grondkleur van de Botia macracantha is geel-oranje met daarover heen drie blauwzwarte banden. Dee eerste band loopt over het oog, de middelste band ligt juist voor de rugvin en de achterste band loopt van de rugvin over het lichaam naar de aarsvin. De onderstandige mond is voorzien van vier paar baarddraden, namelijk vier stuks aan de bovenlip, twee stuks voor aan de onderkaak en twee stuks aan de mondhoeken. Daar dit modderkruipers zijn, zouden we verwachten dat deze soort op de bodem zou huizen, maar dit is geenszins waar.

Hoewel het een schuwe vis is, houden ze van veel schaduwrijke plekken en een dichte beplanting, met hier en daar een Groeven bewoner van een doorlaat kienhout. Opmerkelijk is een zekere voorliefde voor een ruststand, die Groeven bewoner van een doorlaat liefhebber in het begin verontrust. De vissen steunen namelijk op de vinnen in een min Groeven bewoner van een doorlaat meer schuine stand, daardoor lijkt het of ze dood op de bodem liggen, waarna ze dan plotseling met een zeer grote snelheid door het aquarium kunnen schieten.

De Botia macracantha is bijzonder geschikt om het aquarium algvrij te maken of onze bak van slakken te Groeven bewoner van een doorlaat. We houden ze op een temperatuur van ongeveer 24 graden Celsius.

Van dit soort vissen moet men geen 1 of 2 exmplaren in het gezelschapsaquarium houden, want dan gaan ze gauw ruzie maken. We kunnen ze dan ook beter in scholen van 10 stuks houden. Ze sluiten zich graag aan bij scholen Barbus tetrazona Sumatranen en dergelijke scholen barbelen. Van de kweek is helaas niets bekend. Vissen die in de handel aangeboden worden, zijn geïmporteerd, vandaar dat deze vissen vrij prijzig zijn. Hun lichaam is langwerpig, zijdelings sterk afgeplat, terwijl de buiklijn meer of minder recht loopt.

De lengte van de Botia sidthimunki is ongeveer 3 cm, hij is één der kleinste Botia-soorten. Ten onrechte denkt men wel eens deze vissen te moeten houden in vervuilde bakken, omdat modderkruipers vaak bewoners zijn van modderige wateren, doch de Botia Groeven bewoner van een doorlaat houden van helder, zuurstofrijk water met een schone zandbodem.

Ze houden er een territorium op na, doch bij tijden leven ze ook wel samen in niet te grote scholen. Er wordt wel eens beweerd, dat ze er broedterritoria op na houden, doch dit is nog niet met zekerheid vastgesteld. Over hun voortplanting is namenlijk niets bekend. Als we schuilplaatsen in het aquarium willen aanbrengen, maken we deze van halve kokosnootschalen. Indien er geen holen in het aquarium aanwezig zijn, dan graven de dieren zich onder stenen zelf holen. Vaak pas in de bak geplaatste dieren laten zich dan enige dagen niet zien.

De modderkruipers stellen Groeven bewoner van een doorlaat in de natuur graag met de kop tegen de stroom in op, ze wachten dan op meegevoerd voedsel. De Botia sidthimunki is een betrekkelijk levendig visje, doch hij rust ook graag op balderen van waterplanten. In het aquarium eten ze graag droogvoer, Groeven bewoner van een doorlaat het voer moet wel de bodem bereiken. Ze verlenen goede diensten bij het opruimen van eventuele voedselresten.

Levend voer, dat op de bodem of op de bladeren terecht komt, nemen ze ook graag tot zich. Wat betreft de watertemperatuur zijn ze niet veeleisend, als de temperatuur stijgt tot 28 graden Celsius is dat ook geen bezwaar, maar een temperatuur van ongeveerd 24 graden Celsius is beter voor deze dieren.

Deze vis is erg geschikt voor het gezelschapsaquarium. Als online casino beoordelingen Oekraïne ze aanschaft, zult U er ongetwijfeld veel plezier aan beleven.

Niet alle vissen zijn slank gebouwd en niet allemaal vindt U ze op een bepaalde waterdiepte. Er zijn soorten bij die door hun manier van prooi bemachtigen gebonden zijn aan een bepaalde waterlaag, bijvoorbeeld de Bijlzalmen.

De Carnegiella strigata de gemarmerde Bijlzalm is afkomstig uit Zuid Amerika. Hij komt voor in de oerwoudkreektjes van de Guyana landen en het stroomgebied van de Amazone. Vindplaatsen uit het laatste gebied zijn alleen bekend uit het benedenstroomgebied en het middengedeelte. Ze Groeven bewoner van een doorlaat hoofdzakelijke van insecten die ze uit het water springend bemachtigen, vandaar dat we ze tot de oppervlakte vissen rekenen.

De Carnegiella strigata behoort tot de kleinere soorten en wordt ongeveer 5 cm groot. Het geslachtsonderscheid tussen mannen en vrouwen is moeilijk of helemaal niet te zien. We moeten voor deze vissen een niet te klein aquarium hebben, want ze houden van veel ruimte. Het water moet helder zijn en de temperatuur ongeveer 25 C. Het aquarium wordt beplant met een wisselende beplanting, met hoog opgroeiende planten waarvan de ranken langs de oppervlakte hangen. Op deze manier onstaan er beschutte plaatsen met daartussen open plekken aan het wateroppervlak.

Van nature houden ze van Groeven bewoner van een doorlaat. Bijlzalmen zijn uitgesproken scholenvisjes, die we het beste houden in een school van circa 12 stuks. Over de kweek van Bijlzalmen is nog zeer weinig bekend. Als voedsel kunnen we ze alles geven, zoals niet te Groeven bewoner van een doorlaat watervlooien, muggelarven e. Voor we ze voeren, houden we ze even droog in een netje, waardoor ze aan het wateroppervlak blijven drijven en een gemakkelijke prooi vormen. Op deze wijze houdt U de Bijlzalmen in een uitstekende conditie en kunt U er jaren plezier van hebben.

Denk om temperatuurverschillen en ook dekruiten zijn erg belangrijk, want anders springen ze uit Uw aquarium. Er zijn soorten bij, die door hun manier van prooibemachtiging gebonden zijn aan een bepaalde waterlaag. Tot deze online casino forum verschillende behoort ook de gemarmerde Bijlzalm, die afkomstig is uit Zuid-Amerika.

Hoofdzakelijk leven ze van insecten, die ze uit het water springend bemachtigen; vandaar dat het echte oppervlakte vissen zijn. De Carnegiella stigata is met een lengte van ongeveer 5 cm volwassen. Het geslachtsonderscheid tussen man en vrouw is niet, of bijzonder moeilijk, te zien.

Om de vissen naar de zin te maken, moeten we een niet te klein aquarium hebben, want ze houden van wat ruimte. Het water moet glashelder zijn en een temperatuur hebben van 25° Celcius.

Ook houden deze vissen van een wisselende beplanting, waaronder groepen hoogopgroeiende fijnbladige planten, waarvan de ranken langs het wateroppervlak hangen. Op deze manier ontstaan namelijk beschutte plaatsen met daartussen open plekken aan het wateroppervlak. De Carnegiella strigata houdt veel van zon, maar voor een aquarium is dit natuurlijk wel bezwaarlijk in verband met algvorming.

Als voedsel kunnen we ze alles geven, bijvoorbeeld kleine watervlooien, muggenlarven en dergelijke. Voor we deze voeren, houden we ze even droog in een netje, zodat ze aan het wateroppervlak gaan drijven en een gemakkelijke prooi vormen. Ook kunnen we Groeven bewoner van een doorlaat tubifex geven, waarbij we gebruik maken van een voer-ring met gaatjes.

En uiteraard vliegjes, zoals fruitvliegjes. Bijlzalmpjes zijn uitgesproken scholenvisjes, die we het beste houden in een koppel van 8 á 10 stuks, aannemende dat het aquarium x 50 x 50 cm groot is. Over de kweek is zeer weinig bekend. De belangrijkste factor om tot succes te komen is het voedsel, waarbij de insecten de belangrijkste rol spelen. Het ontbreken van deze schakel in het menu, heeft mislukking tot gevolg. Tevens bestaat de indruk dat Bijlzalmpjes een bepaalde leeftijd moeten hebben voor ze tot voortplanting overgaan.

Wat dat betreft tasten we nog min of meer in het duister. Met de wetenschappelijke naam van dit visje, Copella arnoldi, worden twee mensen geëerd die in de vorige eeuw veel voor onze liefhebberij hebben gedaan. Te weten Edward D. Cope, een belangrijke Amerikaanse ichtyoloog viskundige en J. Arnold, een Groeven bewoner van een doorlaat uit Hamburg die als koopman door de zeelieden uit de tropen veel vissen liet meenemen en ze dan schonk aan biologen om ze te determineren.

Dit slanke oppervlaktevisje is een sierraad in het aquarium. Het mannetje met zijn verlengde geel-oranje vinnen is werkelijk een schoonheid. De zwarte wit omzoomde vlek in de rugvin draagt bij tot zijn fraaie uiterlijk. Het vrouwtje is niet zo fel van kleur en heeft rondere vinnen. Het is geen vis die men direct in scholen moet houden, 2 of 3 paren in Groeven bewoner van een doorlaat langer dan cm.

Groeven bewoner van een doorlaat is namelijk het geval? In tegenstelling tot andere zalmpjes kent de Spatzalm namelijk broedzorg.

Gevolg, ze moet een territorium kunnen vormen. Bij teveel mannen loopt men kans dat ze elkaar flink te lijf gaan. Wanneer men Spatzalmen in een gezelschapsaquarium houdt, moet men in ieder geval ervoor zorgen dat er, of goed sluitende dekruiten op het aquarium liggen of dat de lichtkap beslist niet kiert. Het zijn namelijk goede springers wat ze bij het afzetten van de eieren goed van pas komt. Als ze paarrijp zijn zoekt het mannetje een geschikte afzetplaats.

Ze zoeken Groeven bewoner van een doorlaat liefst een blad dat net boven het wateroppervlak hangt. Dat kan een blad just click for source een onderwaterplant zijn dat boven het water uitsteekt of een blad van een oeverplant dat net boven water hangt. Heeft de man een dergelijk blad gevonden, dan vormt hij onder dit blad zijn territorium. Hij zoekt geen vrouwtje.

Een kuitrijp vrouwtje zoekt Groeven bewoner van een doorlaat een mannetje dat een territorium gevestigd heeft. Wanneer zich een paartje gevormd heeft Groeven bewoner van een doorlaat het liefdesspel. Samen springen ze uit het water en bovenop het blad waar ze enige seconden stil naast elkaar blijven liggen, waarna ze na elkaar weer in het water glijden.

Deze schijnparingen kunnen ze enkele uren volhouden. Pas in de laatste 5 tot 12 sprongen worden de eitjes afgezet en bevrucht. In totaal kunnen er tussen de en eieren worden afgezet.

Opmerkelijk is dat een mannetje altijd of links of rechts van het vrouwtje springt. Eén mannetje zal nooit de ene keer links en de andere keer rechts springen.

Na het afzetten de Rusland online in wet op casino's het vrouwtje verjaagd en betrekt de man de wacht onder het blad met de eieren. Na 36 uur komen de jongen uit en worden met het opgespatte water in het aquarium gespoeld. Als dit gebeurt in het gezelschapsaquarium dan bent u de jongen kwijt.

In een kweekbakje kunt u, nadat alle jongen in het water zijn terecht gekomen, de man weghalen de vrouw was reeds verwijderd. Het grootbrengen is niet bijzonder moeilijk. Wel moet U de eerste dagen over stoffijn voer beschikken, maar na enkele dagen eten ze al pas uitgekomen pekelkreeftjes en heel kleine watervlooien en cyclops.

De Corydoras paleatus is afkomstig uit Rio de la Plata in Brazilië. Deze vis is in voor het eerst naar Europa geïmporteerd. De lengte is 7,5 cm. De grondkleur is grijsgroen tot olijfgroen glanzend naar de rug toe donkerder tot blauwzwart, de Groeven bewoner van een doorlaat is vuilwit over de just click for source en op de rug zien we een groot aantal onregelmatige vlekjes en strepen die donkerblauw van kleur zijn.

Ook vinden we deze vlektekening in de vinnen. Het geslachtsonderscheid is niet eenvoudig waar te nemen. De mannetjes blijven kleiner en slanker dan de vrouwtjes terwijl hun borstvinnen niet toegepitst zijn. Elk aquarium dat niet te klein is, is geschikt voor deze vissen.

Groeven bewoner van een doorlaat temperatuur houden we op ongeveer 24 graden Http://camera-filters.biz/hoe-het-spel-spin-palace-casino-geld-spelen.php. Ze zijn niet gevoelig Groeven bewoner van een doorlaat hoge of dalende temperaturen tot 17 graden Celcius.

Ze kunnen zelfs temperaturen van om en nabij het vriespunt doorstaan zonder daarbij enig nadeel te ondervinden. Het spreekt natuurlijk vanzelf, dat we hier niet mee gaan experimenteren. Het toont duidelijk aan hoe goed deze pantsermeervallen tegen verschillende omstandigheden gepansterd zijn.

Voor hoge temperaturen zijn ze evenmin bang. Krijgen ze het te warm, dan wordt dit verraden door het opvallend inschakelen van de darmademhaling. Ze "schieten" dan herhaaldelijk naar het wateroppervlak voor een hap lucht. Ook deze Corydoras is een alleseter. Ze eten zowel droogvoer als tubifex. Wanneer ze een beetje aan hun omgeving gewend zijn, dan scharrelen ze de bodem van het aquarium af op zoek naar iets eetbaars.

In de grond gekropen tubifex en muggelarven weten ze handig op te sporen en onschadelijk te maken. Dat ze uiterst vreedzaam zijn moge blijken dat ze letterlijk de kaas van het brood laten eten. Bij hun opgravingen hebben ze meestal belangstellende toeschouwers, die zodra de buit opgedolven is, zich dikwijls hiervan meester maken.

Onverstoorbaar en zonder wraakgevoelens beginnen de Corydoras dan opnieuw te graven. Nu iets over de kweek Voor de kweek nemen we een aquarium van 60 x 30 x 30 centimeter dat we gaan beplanten met Amazone zwaardplanten, Cryptocorynen en Vaantjesplanten als achtergondbeplanting.

Op de voorgrond Echynodorus tenellus, Cryptocoryne nekellii en Sterrekruit die we laag houden. Als bodemgrond nemen we gewoon zand. De temperatuur brengen we op 28 graden Celcius. De pH brengen we op 8. Pansermeervallen hebben belaalde paaitijden en de beste resultaten verkrijgen we this web page ook Groeven bewoner van een doorlaat de maanden november tot en met maart.

Het is dan ook noodzakelijk tijdens de kweek Groeven bewoner van een doorlaat voeren en te filteren. De kweek is niet zo moeilijk als bij andere Corydorassoorten. We kunnen dan Groeven bewoner van een doorlaat met 1 man en 1 vrouwtje aan de kweek gaan, mits men weet dat dit stel bij elkaar hoort. Dit is iets dat we natuurlijk in ons gezelschapsaquarium eerst kunnen observeren.

De eieren worden door het vrouwtje overal Groeven bewoner van een doorlaat. We vinden ze dan ook zowel in de planten als op het glas. De eitjes kunen we met het blote oog zeer duidelijk zien, daar ze zeer groot en een beetje witachtig bij de afzetting zijn. Het bevruchte ei lijkt na één dag nog leeg en iets ondoorzichtig. Na verloop van tijd wordt het donkerder en na ongeveer 6 à 8 dagen is het ei plotseling verdwenen, want dan is het uitgekomen. De jongen zijn iets kleiner dan een pasgeboren Gup en nogal donker van kleur, met een grote eierzak.

Ze kunen na het uitkomen haast niet zwemmen, zodat ze erg veel moeite hebben om hun zwemblaas te vullen. Dit duurt ongeveer 8 uur. Als het vullen van de zwemblaas binnen dit tijdsbestek lukt, zijn ze levensvatbaar en kunnen we met voeren beginnen.

De eerste dagen geven we ze direct Artemia en micro-aaltjes. Later, na ongeveer drie weken, kunnen ze reeds gezeefde watervlooien, fijn gehakte tubifex en enchytreeën tot zich nemen. Hoewel ik geen zeewateraquariaan ben en mijn kennis op zeewatergebied niet ver reikt, wil ik toch een artikeltje schrijven over de Geelstaart.

Deze vis wordt in het Nederlands Dokter- of Chirurgijnvis genoemd. Hij behoort tot de familie Acnathuridae. Deze vissenfamilie wordt zo genoemd op grond van de als een knipmes uitsteekbare stekel op de staartwortel. speelautomaten bank piggy lancetvormige stekel is vlijmscherp en ruim 1 cm.

Door deze stekel uit te zetten en met zwiepende staart langs andere vissen te zwemmen, kunnen ze gevaarlijke wonden veroorzaken. Dit gebeurt vooral als soortgenoten zich in zijn territorium wagen. De Geelstaart Zebrasoma xanthurum is het grootste deel van zijn tijd bezig algen af te grazen. Ze houden van plantaardige kost. Als Groeven bewoner van een doorlaat te weinig algen in het aquarium heeft, moeten we ze spinazie, sla of andere groene groenten voeren. Ze zijn niet kieskeurig en eten vrijwel alles.

De Doktersvissen paren haast op dezelfde manier als Lipvissen; een groepje gaat zich afzonderen van een school en sproeit eieren en sperma rond. De bevruchte eitjes ontwikkelen zich tot half doorzichtige larven. Groeven bewoner van een doorlaat noemt men het zogenaamde acronurusstadium. Ze worden dan wekenlang in de open zee rondgevoerd om dan op zoek te gaan naar een geschikte plaats op een rif. De jonge dieren hebben dan reeds dezelfde tekening en kleuren als de ouders.

De Geelstaart is bijzonder gevoelig voor shock en heeft het tijdens het transport bijzonder moeilijk. Als ze zich eenmaal aan hun nieuwe omgeving hebben aangepast zijn ze erg taai. De Doktersvissen zijn in het aquarium erg actief en hebben een behoorlijke zwemruimte Groeven bewoner van een doorlaat. De Geelstaart is wel één van de mooiste aquariumvissen. Tot zijn familie behoren o. De laatstgenoemde is de grootste en kan wel 50 cm. De Geelstaart-doktersvis met zijn purperblauw lichaam komt alleen voor in de Rode Zee en de Indische Oceaan.

Regelmatig treffen we ze in de aquariumhandel aan. De Hoogvinkarper of de officiële naam Mollienisia velifera ook bekend als Poecilia Groeven bewoner van een doorlaatis met zijn enorme rugvin een flnkerende verschijning in de bak, De mannetjes zijn ware Don Juans; ze jagen voortdurend achter de vrouwtjes aan en flirten ook vaak met een aanverwante soort, zoals bijvoorbeeld de Black Molly. Er moet echter nog een andere eigenschap vermeld worden: Nu is draadalg niet zo'n beroerde alg als bijvoorbeeld blauwe alg en als U dan ook draadalg in het aquarium heeft, behoeft U geen alarm te staan, want met draadalg in de bak heeft U eigenlijk een gezondheisdiploma.

Als U dat wilt voorkomen, dan is de Hoogvinkarper graag voor U aan het werk. De Hoogvinkarper is dus Groeven bewoner van een doorlaat twee opzichten een goede kostganger: Probeer het Groeven bewoner van een doorlaat met hem, hij verdiend het! De Karperzalmen vormen één van de grootste vissen families op Groeven bewoner van een doorlaat. Er zijn ongeveer soorten bekend, maar door ontdekkingen wordt dit elk jaar groter.

Ze komen in alle soorten water voor. Een opvallend kenmerk is dat deze vissen tanden bezitten, meestal 3, zelden minder. Enkele soorten van deze orde hebben hun tanden zo groot dat zij de bek niet meer dicht kunnen krijgen, onder andere de Piranha.

Een kenmerkende lichaamsvorm hebben ze niet. Sommige Hemigrammus of Hyphessobrycon soorten zijn lang en zeer slank, terwijl bijvoorbeeld het geslacht Metynnis een schotelvorm heeft.

Ook hebben vele van deze orde een vetvin huidplooiwelke zich tussen de rug- en staatvin bevindt. De vinnen zijn meestal betrekkelijk klein, de aarsvin is meestal langer dan de rugvin. Ook hebben vele soorten verlengde vinnen, zoals de Hyphessobrycon erythrostigma bloedvlektetra. Daarbij valt op, dat zeer vele soorten nog een donkere streep op de staartwortel of Groeven bewoner van een doorlaat schoudervlek hebben.

De meeste soorten komen uit Noord- en Zuid Amerika, terwijl uit Afrika maar betrekkelijk weinig zalmsoorten komen. Natuurlijk geeft de Amazône de meeste vindplaatsen.

Het is daarom duidelijk dat deze vissen van zacht- en zuurstofrijk en beplant water houden. Ze schuwen de open plekken niet, maar bij het geringste onraad zullen ze de beschermende plantengroei opzoeken.

Bij velen doet een donkere bodemgrond de kleuren feller oplichten. Karperzalmen geven de voorkeur aan niet te veel licht en zijn niet zo warmtebehoeftig als hun herkomst zou doen vermoeden. Ongeveer 24 graden Celsius en niet boven de 27 graden Celsius. Als drijvend trademarks machines spelen voor geld in Oekraïne einer kan, om het licht wat te af te schermen, onder andere drijfplantjes gebruikt worden.

De Karperzalmen zijn in vele gevallen scholenvissen. U moet ze in schooltjes van 10 á 12 stuks in Uw aquarium houden, dit is natuurlijk afhankelijk van de grootte van Uw aquarium.

De meeste Karperzalmen zijn in de natuur vleeseters, maar in het aquarium stellen ze niet zoveel eisen aan het menu. Hun natuurlijke voedsel bestaat uit kleine waterinsecten en hun larven en tevens jong visbroed. Geef daarom zo veel mogelijk levend voer. Dan is er nog een groep die van planten leeft.

Voer deze vissen regelmatig met geweekt slablad of andere groenten bij, als men tenminste van zijn beplante bak wil blijven genieten. De vleesetende Piranha zult u moeten voeren met rauw vlees. Dus samengevat houdt deze orde van een gevarieerd menu, met uitzondering van enkele geslachten, die alleen groente of vleesachtig voer behoeven. Aan de hardheid van het water stelt deze orde geen bijzondere eisen, tenzij er mee gekweekt moet worden. Voor de kweek hebben enkele soorten zacht water nodig met een pH in het zwak zure gebied.

Voor we aan de kweek beginnen, zullen we aan enkele eisen moeten voldoen. Ten eerste moeten we een paartje hebben.

Logisch zult U zeggen, maar het is bij de Karperzalmen nogal vaak voorgekomen, dat getracht wordt te kweken met 2 mannetjes of vrouwtjes in een bak. Jonge exemplaren zijn geheel niet te onderscheiden. Bij oudere dieren is er wat meer geslachtsonderscheid te zien.

De vrouwtjes hebben een dikkere buik. Voor het kweken doet U er goed aan een stuk of 10 vissen te kopen, liefst nog bij verschillende Groeven bewoner van een doorlaat in verband met het gevaar voor inteelt. Tijdens het opgroeien zult U zien, dat 2 exemplaren wat meer naar elkaar toetrekken.

Jackpot City geeft geld deze 2 dan apart in een kweekbakje. De meeste Karperzalmen zijn vrijleggers, de eitjes, die ze afzetten zijn kleverig en hechten aan bladeren of vallen op de bodem.

Vrijleggen wil zeggen, dat de vissen niet persé tussen planten of op substraat afzetten, maar zich op enige hoogte van de bodem zijdelings tegen elkaar drukken, waarbij de eieren en het homvocht worden uitgestoten. De enige belangstelling, die ze na het afzetten nog hebben voor de eieren is om ze te consumeren. Gebruik daarom een afzetrooster of grove kiezel waar de eitjes tussen kunnen Groeven bewoner van een doorlaat, zonder dat de ouderdieren er bij kunnen komen.

Dit is zeker aan te bevelen als de afzetting geschiedt tijdens Uw afwezigheid. De kweekbak hoeft niet echt groot te zijn, 40 x 25 x 25 cm is al groot genoeg. De kweek is normaliter niet zo moeilijk, maar kan bij sommige soorten moeilijk zijn vanwege de watersamenstelling.

Denk hierbij aan de Paracheidon axelrodi Kardinaaltetra. Voor deze moeilijke soorten kan ook de rust om de bak van belang zijn. De kweekbak voor het in gebruik nemen goed reinigen. De zijruiten met zwart papier afdekken, ook ongewenst licht blijft dan buiten de kweekbak. Het water kan bijvoorbeeld regenwater zijn, wat over turf gefilterd wordt. Dit water brengt men dan op 27 graden Celsius. Na enkele dagen controleert U de samenstelling van het water en brengt dan het kweekstel in de bak.

U http://camera-filters.biz/machine-gaf-veel-geld.php dan de bak af en vaak begint het afzetten de volgende morgen, wanneer er iets licht in de bak valt. Zodra de vissen geen interesse meer in elkaar hebben, verwijdert U het kweekstel en laat de bak afgedekt minimaal 24 uur staan.

Voor http://camera-filters.biz/hoe-tot-100-te-verhogen-tot-fortune-robijn.php soorten kan het meerdere dagen duren, voordat de larfjes aan de ruiten hangen, of vrij gaan zwemmen. Dit kunt U controleren door onverwacht een zwak straaltje licht in de geld zonder met van spelen terugtrekking investeringen Roulette te laten schijnen.

De jongen duiken dan direct naar de bodem. Zodra ze vrij zwemmen, begint U voorzichtig te voeren met onder andere Liquifry, gevolgd door pekelkreeftjes en fijn opfokvoer. Vooral voorzichtig voeren en een fijne luchtstroom laten circuleren. Na enkele weken zet U de jonge vissen over in een uitzwemmer, zodat de groei niet belemmerd wordt.

Hoewel het bij de meeste Karperzalmen op bovenstaande manier zal lukken, zijn er natuurlijk ook uitzonderingen. Deze zijn echter in elk goed kweekboek te vinden. Begin daarom eens met een gemakkelijke soort en leg Uw ervaringen vast in een Groeven bewoner van een doorlaat. Het zal heus wel eens Groeven bewoner van een doorlaat, maar geef dan de moed niet op.

Ja beste Discusliefhebber, de Discus is dan wel de keizer van het Amazonegebied maar wat is een keizer zonder onderdanen? In deze rubriek worden in de loop van de tijd wat vissen voorgesteld welke zich prima op hun gemak voelen bij de Discusvis en van nature in dezelfde wateren voorkomen.

Ditmaal eens een verhaal over een opvallende onderdaan, de Maanvis. Omdat de maanvis al zo lang in onze aquaria te vinden is kijkt men er vaak een beetje minachtend op neer. Hij is te gewoon voor de meeste aquarium liefhebbers.

Toch is het een prachtige vis. Twee soorten, de scalare en de eimekei welke veel op elkaar lijken hebben een jarenlange discussie ontketend welke zijn eind nog steeds niet heeft gevonden. De vraag is Groeven bewoner van een doorlaat de eimekei nu wel een echte soort is of een variant van de scalare. In het april nummer van DCG Deutsche Cichliden Gesellschaft wordt hier ook weer een heel verhaal aan geweid. In ieder geval zwom mijn Leo eerste maanvis al in in mijn aquarium!

Het was een mandfles van bijna kleurloos glas. Deze was door mijn vader op de kop getikt bij een naastgelegen fabriek waar men met zoutzuur werkte. Vroeger zat dat in zogenaamde mandflessen. Het nadeel was dat de toegang bestond uit een nauwe hals waardoor de vissen en planten naar binnen moesten. Dit gaf overigens minder problemen dan naar buiten, immers een schepnet paste niet door de hals.

Ook het beplanten vereiste een bovennormale vaardigheid. Algen van het glas verwijderen was een huzarenstukje vanwege de sterk gebogen vorm van het glas en natuurlijk de nauwe hals. Vanwege het feit dat het glas bol was en niet overal even dik was Groeven bewoner van een doorlaat sprake van een optisch bedrog: Het vereiste dan ook een langdurige observatie om tot een gemiddeld beeld te komen. Vermoedelijk veroorzaakt door een trilling van een vrachtwagen bezweek de fles op een onbewaakt ogenblik en de levende have was niet langer de levende have.

Vanwege een bedorven Perzisch achtig tapijtje en nog wat onderliggende kleedjes werd een eventueel vervolg van mijn hobby uitgesteld naar een punt in de toekomst. We springen dus naar Inmiddels is er een prachtig product op de markt genaamd siliconenkit. Hiermede was het mogelijk iedere gewenste maat bak te plakken zonder het storende hoeklijn.

Voor de kweek van de maanvissen maakte ik een klein houten stellinkje met 4 bakjes van 30x20x20 cm, 12 liter dus. Hierin een Tetra Brillant filtertje op lucht, een bruissteentje en een 25 watt verwarming. Dit beviel zo goed dat ik het thans nog steeds op deze wijze doe met dien verstande dat de opfokbakjes voor de Discusvissen ongeveer 25 liter inhoud hebben.

De hele dag door eten de visjes het voer dat op het patroontje is terecht gekomen. Het schuimpatroontje moet goed worden uitgespoeld, bij voorkeur in het zojuist afgehevelde water. Op deze wijze blijft het bacterie leven in stand en zal het filtertje voor glashelder water zorgen. Als de vissen hebben afgezet dan plaats ik het schuimfiltertje alvast in de bioloog van het desbetreffende systeem.

Het filtertje raakt op deze wijze bezet met bacteriën en de visjes worden als de tijd rijp is met hun eigen water en het schuimfiltertje in een klein bakje gedaan. Het water waarmee wordt ververst maak ik steeds iets harder dan het water waarin de jonge visjes zitten.

Na een week wordt er uiteindelijk ververst met gewoon leidingwater dat in Assendelft een geleidbaarheid heeft van ongeveer microsiemens.

In tegenstelling tot de Discusvis is de maanvis gemakkelijk kunstmatig groot te krijgen. Na het afzetten kan de kegel of Groeven bewoner van een doorlaat blad worden verwijderd en in een apart bakje worden geplaatst. Een uitstromer zorgt voor voldoende waterbeweging langs de eieren. Na twee tot drie dagen komen deze uit en de larfjes welke het contact met het afzetsubstraat hebben verloren komen hier ook niet meer op terug.

Er zijn immers geen ouders om te helpen! De larfjes liggen nu her en der verspreid over de bodem meestal op hun kant zodat de meeste mensen denken dat het een verloren zaak is. Het tegendeel is Casino Royale online HD-kwaliteit waar! Als bij toverslag zien we op de vijfde á zesde dag de larven als een wolkje of wolk rondzwemmen, het record bij mij uit één legsel is visjes en dan kun je rustig van een wolk spreken.

Nu moeten we de dooierzak goed in de gaten houden het gele puntbuikje. Zodra deze is opgeteerd dienen de larfjes met artemia naupliën te worden gevoerd. Als we hiermee te lang wachten dan sterven de larfjes. Vanaf dit ogenblik is de opfok eigenlijk hetzelfde als bij de Discusvis. Na 3 á 4 weken krijgen de jongen het typische maanvismodel.

Als een mens buiten zijn Discusvissen al 25 jaar maanvissen heeft en er nu in nog steeds mee kweekt dan moet het toch wel een heel bijzondere check this out zijn! En dat is het ook. Hij past goed bij de Discusvis, ze komen van nature ook in dezelfde gebieden voor en ze worden in hetzelfde water gehouden en gekweekt.

Van een pH van 4,5 ligt de maanvis niet wakker Groeven bewoner van een doorlaat ook niet van temperaturen van 30 á 32 graden. Mijn vissen hebben deze week nog afgezet in water met een microsiemenswaarde van De ouders hebben hetzelfde gedrag als de Discusvis. De eieren worden ook bewaaierd en uitgekauwd. Natuurlijk worden de larven regelmatig verplaatst in het Groeven bewoner van een doorlaat. Door de langdurige kunstmatige opfok weten een heleboel maanvisouders niet meer wat precies te doen met de jongen en eten ze dan vervolgens maar op.

Als je de ouders selecteert op het broedgedrag dan krijg je op den duur toch weer het natuurlijke gedrag terug. De ouderdieren verdedigen Groeven bewoner van een doorlaat kroost fel. Zelfs als je gewoon voor de bak staat maken ze al schijnaanvallen om je af te schrikken.

Dit is het mooiste gedrag. Daar kan Jack Wattley met zijn kunstmatige opfok in soepborden niet tegenop! In Azië overdrijven ze het helemaal. Daar moeten de vissen om de vijf á tien dagen afzetten dat is goed voor de produktie! Als ik het goed heb geteld het is een beetje moeilijk te zien op dat glas dan heeft deze vis 37 keer afgezet in één jaar tijd. Het jaartal is de Aziatische jaartelling. En als ze kleintjes hebben dan zetten ze niet meer af en dat gaat dus ten koste van de produktie!

Zodoende dus kegel eruit, schone kegel erin en moe kan weer aan de gang. Als de larfjes zijn uitgekomen en vrijzwemmen dan gaan ze in het soepbord met het eigeel voor de kunstmatige opfok. Ik vond Wattley overigens niet erg succesvol met zijn vissen. De meeste zijn van die vreemde driehoekige dingen met véél te grote ogen. Ze komen natuurlijk van alles te kort met dit namaak gedoe.

Ze missen toch een aantal belangrijke voedingsstoffen welke zich in de slijmhuid voeding van de ouders bevinden. Nee, een cichlide hoort samen met zijn kleintjes te zijn en deze te verzorgen en te verdedigen.

Een ander verhaal is het kweken van diverse kleurvormen zoals de gouden, de rookkleurige, de bonte, de koi en de sluierstaart maanvis. Ik moet bekennen omdat de handel daarnaar vroeg Groeven bewoner van een doorlaat ook een paar jaar van die misbaksels heb gekweekt. Toen ik weer eens in mijn kweekruimte Groeven bewoner van een doorlaat en ik mij eigenlijk ergerde aan deze misbaksels heb ik besloten Groeven bewoner van een doorlaat nog de echte scalare te kweken.

Uiteindelijk interesseert het mij geen bal waar de handel naar vraagt: Met de Discusvis gaan we natuurlijk dezelfde kant op. Na deze inleiding waarin de kweek al behandeld is wordt het nu toch wel eens tijd de diverse onderdanen voor te stellen!

Dit is wel de meest bekende vis. Met de opstelling van het geslacht Pterophyllum door HECKEL kwam de soort in het nu nog steeds geldige geslacht terecht. In de revisie van Groeven bewoner van een doorlaat. SCHULTZ van wordt dit echter geredresseerd.

De scalare is in het Amazonegebied wijd verbreid en op grond daarvan zijn er soms per vindplaats iets afwijkende vormen te vinden. De man van mijn koppel is zeker 20 cm hoog terwijl het vrouwtje iets kleiner is. Het is een prachtige scholenvis welke in een hoge bak gehouden moet worden. Veel hout wordt op prijs gesteld en ook planten mogen niet ontbreken.

Een grote bak met een school van 15 tot 20 maanvissen is adembenemend. Nog wat zalmen erbij en wat Corydoras op de bodem en de zaak is eigenlijk compleet. De vis is een Groeven bewoner van een doorlaat en dus een vleeseter en eet eigenlijk hetzelfde menu als de Discus.

Ook droogvoer wordt graag genomen Groeven bewoner van een doorlaat afwisselend diepvriesvoer is beter. Hierdoor blijven de dieren vitaler. Het lichaam is schijfvormig en zeer sterk afgeplat zoals bij de Discus.

De rug- en de aarsvin zijn bijzonder lang evenals de buikvinnen. De grondkleur is zilverachtig met af en toe een bronskleurige glans. De eerste vertikale streep loopt met een boog vanaf de aanzet van de rugvin over het oog naar de keel.

De tweede loopt vanaf de rugvin naar de aanzet van de aarsvin en blijft overal even breed. De derde streep loopt van het midden van de rugvin tot in de buikvin en het vierde streepje loopt door het einde van de staartwortel. Deze lijkt sterk op de Groeven bewoner van een doorlaat maar toch zijn er enige opmerkelijke verschillen. In de eerste plaats is de vis nóg platter en nóg hoger dan de scalare.

Ze kunnen wel een hoogte bereiken van 40 centimeter terwijl de lengte niet veel meer dan 15 cm bedraagt. Het verschil in grootte zit hem voornamelijk in de vinnen, het lichaam is ongeveer even groot als dat van de scalare. De bovenzijde van de kop vertoont ter hoogte van de bovenkant van het oog een scherpe binnenwaartse knik waardoor we spreken van wipneus of zadelneus.

De streeptekening van de zwarte banden is identiek met de scalare maar tussen band 1 en 2 én Groeven bewoner van een doorlaat en 4 zien we een lichtere grijsachtig groene band lopen.

Deze ontbreken bij de andere soorten. De vissen komen alléén voor in de bovenloop van de Orinoco rivier en dit was voor Dr. Schultz in zijn revisie van reden om aan te nemen dat de altum een aparte soort moet zijn. AXELROD continue reading de Rio Negro een maanvisvariant die niet alleen op grond van het aantal rugvin- en aarsvinstekels, maar ook door zijn uiterlijk als een tussenvorm kan worden beschouwd Zie TFH, jan.

De Rio Negro vissen hebben wél de zadelneus maar een geheel ander vinnenstelsel dan de altum. Het nakweken is buitengewoon moeilijk en die ene keer dat ik eieren had bedroeg de pH ca. De vissen zaten gezellig met zijn zessen in een kweekbak met een groot stuk hout erin. Toen ik van de verenigingsavond thuiskwam zag ik het plakkaat eieren op het hout zitten.

Omdat altums erg schrikachtig zijn heb ik ze uit de kweekruimte gehaald en in de showbak gedaan. Hier voelen ze zich meer op hun gemak en kunnen ze lekker tussen de planten wegduiken bij angst.

Na een aantal maanden is de schrikachtigheid geheel verdwenen en komen ze nieuwsgierig naar het voorruit als ze iemand zien. Overigens hoor ik veel meer ervaringen als deze. Een goed plantenbestand doet wonderen. Het voederen geeft geen enkel probleem alhoewel ze de voorkeur lijken te hebben voor voedsel dat zweeft. Spirulina vlokken en Tetramin vlokken worden dan ook source gegeten.

Overigens was de scalare vroeger ook niet gemakkelijk te kweken maar door het domesticeren doen ze het nu bijna in alle bakken. Ooit zal het met de altum ook wel steeds beter gaan. Er wordt, al zij het op heel bescheiden schaal, mee gekweekt.

Ik bedoel dan de echte altum en niet de Rio Negro wipneus. Ze eten véél bedachtzamer dan de scalare en zijn dan ook uitermate geschikt om bij Discusvissen te houden. Ik kom hier later nog op terug.

Het is ook weer een scholenvis en de prijs ligt op 5 á 10 keer van die van een scalare. Ook dient de bak toch wel een waterkolom te hebben van 65 á 70 centimeter willen ze goed kunnen bewegen. Het is niet click to see more om de hele dag met je vinnen over de grond te moeten slepen. Het zijn prachtige statige dieren maar ze moeten wél in zacht en zuur water worden gehouden. Dan zijn ze werkelijk een streling voor het oog!

Deze soort wordt vaak verward met de altum. Hij komt ook voor in de Orinoco rivier. De vis wordt ca. De vis is gemakkelijk te onderscheiden aan de hand van de kopvorm welke spitser is dan de scalare en het meest opvallend zijn de twee korte zwarte dwarsstrepen Groeven bewoner van een doorlaat zich direct achter de oogdwarsband bevinden.

Deze vis wordt slechts zelden geïmporteerd. Dit is voor mij een nieuwe Groeven bewoner van een doorlaat welke een kruising lijkt tussen de severem, dumerilii en Groeven bewoner van een doorlaat. Het is een wat merkwaardig lang dier voor een maanvis welke ik in het aprilnummer van DCG ontdekte. Click to see more hier zien we, net als bij de dumerilii, twee korte zwarte dwarsstrepen welke zich direkt achter de oogdwarsband bevinden.

Ik weet hier verder nog weinig van maar als ik uitga van de gemiddelde smaak van de aquarianen zullen we hem wel niet vaak in de bakken tegenkomen.

Althans, ik vind het geen mooie vis. Zoals reeds gezegd aan het begin van dit verhaal is men nog steeds aan het discussiëren over de het feit of dit nu wél of geen echte soort is of slechts een variant van de scalare. De vis ziet er uit als een kleine scalare. Daar beiden in hetzelfde water voorkomen zou het natuurlijk best een plaatselijke variant kunnen zijn. Vrijwel iedereen weet te melden dat dit niet kan vanwege een virus welke maanvissen hebben of een parasiet Groeven bewoner van een doorlaat anderen weten te melden dat het om een bacterie gaat.

Er is een kern van waarheid, maar wel een klein kerntje: Het enige verschil is dat je aan de maanvis geen click the following article ziet en bij discusvissen zie je dit wat gemakkelijker.

U zult wel schrikken als ik vertel dat in de natuur alle discusvissen flagellaten hebben en dat deze tot de normale darmflora behoren. Pas als gevolg van stress of mindere weerstand van de vis zullen deze zich snel vermeerderen en tot een plaag worden. Inderdaad kan een maanvis de discuspest over brengen.

Aan de maanvis zie je verder niets bijzonders. Hetzelfde kan echter gebeuren met een discusvis. U moest een weten hoe vaak ik gebeld wordt met de mededeling dat ze toch echt goede discusvissen hadden gekocht en dat deze ook niets mankeren!

Ik vergelijk het altijd maar met het griepvirus: Toch kun je andere mensen besmetten welke wél ziek worden. Inderdaad heeft een maanvis aanmerkelijk minder last van darmwormen dan de discusvis. Ze zien er goed uit als je ze koopt maar toch besmetten ze ongemerkt de discusvis met darmwomen. Met een kuurtje Flubenol is dit probleem gauw verholpen. In principe had de handelaar al moeten kuren natuurlijk. Dan was geld verdienen een te machine Hoe van niets aan de hand geweest.

Zoal ik al schreef kweek ik zelf maanvissen en deze zitten in hetzelfde watersysteem als de discusvissen en soms zitten ze ook in dezelfde bak! Ook de nakweek en dat zijn er vaak honderden!

Een ander, en veel beter, argument is dat de maanvissen het voedsel voor de discusvissen wegkapen. Dit is mogelijk als er tekort wordt gevoerd maar ook als er in verhouding teveel maanvissen in de bak zitten. Zelf heb ik goede ervaringen met 5 of 6 maanvissen bij 10 of 12 discusvissen.

Een gezonde discusvis laat zich overigens niet zo snel de kaas van zijn brood eten en trekt zich er ook weinig van aan als de maanvissen een beetje druk doen of aan het baljaren zijn. Als u kiest voor de altum dan is er helemaal geen probleem behalve met de porte monnaie. Toch moet Groeven bewoner van een doorlaat toch zeggen click to see more de altum over Groeven bewoner van een doorlaat algemeen geen gemakkelijk dier is om te houden.

Hier moet je wel een beetje ervaren aquariaan voor zijn. En je moet ze ook niet in gewoon leidingwater houden maar dat geldt ook voor de discusvis. Het kán wel maar de vis voelt zich er toch niet echt prettig in en zal Groeven bewoner van een doorlaat zijn volle pracht laten zien. Het grote probleem met de maanvis is dat er steeds minder soortechte vissen te koop zijn.

Zoals moeder natuur ze maakt zo zijn ze Groeven bewoner van een doorlaat bijna niet meer. Het is allemaal sluierstaart, marmer, met diamantspikkels en goud- en rookkleurig wat de klok slaat. Maar ja, met de discusvis is het al niet veel anders gesteld. Ik probeer het gezicht van die indianen in het Amazonegebied wel eens voor de geest te halen dat ze zouden trekken als ze b. Zo hoop ik wat op papier te hebben gezet wat uw liefde voor deze vis doet toenemen.

Ik heb ze al jaren en het blijven bijzonder fascinerende dieren welke dan wel niet de keizer zijn van het Amazonegebied maar dan toch in ieder geval wél de koning. En dat is toch ook niet slecht! Kortom het is een prachtige onderdaan voor onze favoriete Discus, de keizer van Groeven bewoner van een doorlaat Amazonegebied. Probeer het er maar eens mee! Tot de volgende vis! Een aquariumvisje, welke geregeld wordt aangeboden in de handel. Toch komt men dit visje niet vaak bij een aquariaan tegen, hetgeen waarschijnlijk komt door de toch wel speciale aandacht voedsel die dit visje nodig heeft.

Elke keer ben ik Groeven bewoner van een doorlaat geboeid door zijn bijzondere lichaamsbouw en ging zodoende de in mijn bezit zijnde literatuur eens nasnuffelen. De zuidelijke Filippijnen, Borneo, Java, Sumatra, Malakka, Burma en Thailand. In allerlei zoete wateren en meerdere honderden kilometers landinwaarts, doch ook in matig brakke kustwateren; niet in zout water. Sedert van tijd tot tijd ingevoerd. Ook thans wordt nog steeds een beperkt aantal exemplaren, voor het merendeel wijfjes uit Singapore meegebracht.

De lengte van het visje http://camera-filters.biz/alles-voor-het-creren-van-online-casino39s.php maximaal 80 mm. De mannetjes blijven iets kleiner en geld casino jackpot ook slanker dan de wijfjes. Zoals naderhand zal blijken hebben we bij de ingevoerde vissen die onder bovenstaande naam werden ingevoerd, met een soort te doen die echter in talrijke ondersoorten, de zogenaamde geografische rassen, uiteenvalt.

Vooral in kleur en tekening komt dit zeer sterk tot Groeven bewoner van een doorlaat. De vormen die in liefhebberskringen vóór bekend zijn geworden, hadden of een bruinachtige of een blauwgroene grondkleur. De gedurende in Nederland ingevoerde exemplaren zijn meer zilverachtig. Deze laatste vorm zullen we hier nader beschrijven.

Over de gehele http://camera-filters.biz/onttrek-geld-in-ruby-fortuin.php tot licht blauwgroene, en afhankelijk van de belichting soms sterk glanzende, lichaamslengte loopt een donkere streep tot aan de staartwortel. De basis van de borstvinnen is eveneens donker gekleurd. Onder de snavelvormige onderkaak loopt een zeer donkere tot zwarte streep tot aan de top van de snavel, bij mooie mannelijke exemplaren met en rode lijn afgezet.

De basis van rug en aarsvin zijn vooral bij het mannetje oranjerood, meer naar buiten Groeven bewoner van een doorlaat in geelachtig overgaand. In een aquarium kunnen we zodra de dieren, die aanvankelijk wat schuw zijn, zich hebben aangepast aan de omgeving, veel plezier aan deze vissen beleven.

Nemen we de moeite om van tijd click to see more tijd eens wat muggen of kleinere vliegen o. Ze nemen echter ook graag het gewone levend voer, zoals tubifex, enchytreeën, muggenlarven, watervlooien en allerlei andere voedseldieren. Het is wel gewenst ze in een niet al te hoge bak maximaal 40 cm. Indien het aquarium niet van tijd tot tijd een weinig zon krijgt, is het noodzakelijk om deze visjes kleine Groeven bewoner van een doorlaat zachte algen toe te dienen om ze in conditie te houden.

De temperatuur houden we ongeveer 25 28 °C, doch deze kan 's nachts tot ca. De voortplanting is even interessant als het visje zelf. Groeven bewoner van een doorlaat liefdesspel verloopt doorgaans vrij rustig, maar kan ook Groeven bewoner van een doorlaat heftig plaatsvinden. Vooral indien we meerdere paartjes bijeen in het aquarium hebben, hetgeen nooit een bezwaar is en feitelijk aan te bevelen, omdat het paringsspel dan nog belangwekkender wordt.

Blijft ze dan bij hem zwemmen, dan brengt het mannetje de typisch gevormde aarsvin waarvan de voorste 8 stralen sterk achterwaarts gericht zijn enigszins rond de geslachtsopening van het wijfje, waarop de overdracht van sperma plaats heeft. Dit sperma wordt door het wijfje voor een deel in de ovariumwand opgeslagen deels voor de bevruchting van een aantal eitjes benut.

Na 3 tot 5 Groeven bewoner van een doorlaat bij lagere temperatuur duurt het veel langer worden de eerste jongen geboren. Afhankelijk van verschillende factoren ouderdom wijfje, temperatuur en voedsel worden per keer maximaal 30 jongen geworpen, doch heel normaal zijn worpen van 5 tot 12 play online for money machines Oekraïne. Reeds een maand later, zonder dat een hernieuwde bevruchting door het mannetje heeft plaatsgevonden, wordt wederom een aantal jongen geboren.

We kunnen dus terecht van productief spreken. De jongen zijn bij de geboorte ca. Is het aquarium waarin de vissen zijn ondergebracht voldoende ruim, waarbij in hoofdzaak de oppervlakte een rol speelt, dan groeien bij ruime voedering de jongen snel op en zijn aan de zich vervormende aarsvin reeds na twee maanden de mannetjes te herkennen. Importexemplaren van Dermogenys pusillus zijn, zoals ook vele andere aquariumvissen, zeer schrikachtig, hetgeen bij deze soort kan leiden tot beschadiging en zelfs afbreken van de onderkaak.

Hoewel regeneratie van deze kaak gewoonlijk na verloop van tijd plaats heeft herstelt zij zich nooit meer in de oude vorm. Het verdient aanbeveling de randen van het aquarium, vooral aan de oppervlakte, dicht van planten te voorzien en met name de zijde waardoor eventueel licht valt, te laten bealgen of af te schermen. Het toevoegen van zeewater of keukenzout aan het aquariumwater, zoals wel eens wordt aanbevolen, beschouwen we als niet gewenst.

Eerder brengt men de dieren tot rust door regelmatig muggen op het water te werpen en ze zoveel mogelijk rust te geven niet al te veel licht in de eerste maanden. Het werpen van niet levensvatbare jongen, zoals ook bij tandkarpers wel voorkomt, is doorgaans het gevolg van ondoelmatige voeding en een te lage Groeven bewoner van een doorlaat. Hoewel de snavelbekjes flinke insecten of andere voedseldieren kunnen verorberen, vergrijpen ze zich niet aan hun jongen of aan die van andere vissen, indien deze een lengte van meer dan 10 mm.

Uiteraard alleen indien ze voldoende en juist gevoerd worden. Het halfsnavelbekje is weer één van die aquariumvisjes, waarvan nog zo weinig bekend is. Dit is niet alleen het gevolg van de geringe aanvoer, want ze planten zich Groeven bewoner van een doorlaat moeite ruim voort, maar vooral doordat nog vele liefhebbers meer naar kleurenpracht kijken dan naar iets werkelijk interessants en wonderlijks.

Ze zijn een felbegeerd bezit voor kenners, maar zijn niet zo gemakkelijk te houden. Als koningen zweven ze door het aquarium. Discusvissen hebben een schijfvormig lijf, vandaar hun naam. Ze zijn nog niet zo lang ontdekt, nog geen 70 jaar geleden.

In verschenen ze voor het eerst in de bakken van zeer deskundige superaquarianen uit Amerika en meteen werden ze populair. Ze hadden alles mee: Toen de eerste Discusvissen verschenen, werden ze toegejuicht als echte waterkoningen, die speciaal voor de liefhebber uit het woeste onbekende gebied van de Amazône Groeven bewoner van een doorlaat naar toe waren geëmigreerd.

Tegenwoordig, nu de aquariumsport enorm vooruit is gegaan en bijna iedereen met geduld een goede bak, een paak vakboeken en veel liefde de moeilijkste vissoorten kan kweken, is de Discusvis veel populairder geworden. En toch blijft hij iets bijzonders. Er zijn flink wat soorten, maar stuk voor stuk zijn het prachtige, tamelijk forse vissen. De echte Discusvis, die deftig Symphysodon discus heet, is een zwemmende regenboog van ongeveer 20 centimeter.

Hij is kolossaal rijk aan kleuren, telkens anders, met grondtinten van oranje tot roestbruin en ook wel blauwgroen. Hij is een golvende schoonheid, die meteen de aandacht trekt. Dan is er de kleinere, zeldzamere groene Discusvis met donkergekleurde banden.

Een fraaie soort is de blauwe Discusvis, met fantastische banden op het middenlijf. Hij is alweer kleiner, ongeveer 12 centimeter, maar vanwege zijn banden check this out hij heel geliefd.

Ook Groeven bewoner van een doorlaat populair is de bruine Discusvis. Al Groeven bewoner van een doorlaat vissen hebben een this web page sex- en voedselleven. Als ze jong zijn is het practisch ondoenlijk om hun geslacht te bepalen.

Pas als ze groter worden, gaan de mannelijke vissen zich onderscheiden van de wijfjes. Ze zijn niet alleen mooi, maar ook kieskeurig. In vies en hard water gaan ze dood. Ze zijn gevoelig voor infectieziekten en ze vragen om een behoorlijk grote bak, minstens x 50 x 50 cm. Ze houden van warm water en van kleine beetjes goed uitgezocht voedsel. Schrokken doen ze niet. Ze hebben vergeleken met andere Cichliden een nogal kleine bek. Ze houden van vlees: De beste kweektijd is tussen october en april.

Als een mannetje Groeven bewoner van een doorlaat wijfje gaat versieren, doet hij dat heel secuur. Veel pronken is er niet bij, maar de grote schoonmaak is zeer belangrijk.

Het mannetje maakt alles in de omgeving keurig schoon en vervolgens worden de eitjes afgezet, altijd in een vertikaal vlak: Dan komt, dikwijls ten minste, de eerste teleurstelling.

De ouders vreten het eerste broedsel op. Vooral de beginner kan zich hierdoor laten ontmoedigen. De eitjes komen op de vierde dag uit. De eerst week zijn de ouders, zoals het uiterst burgelijk keurige ouders betaamt, vreselijk druk in de weer met schoonmaken, water wapperen en het verzorgen van de jongen.

Ze zijn gauw van streek en worden zenuwachtig. En als een Discusvis zenuwachtig wordt, wordt hij vaak een kannibaal: Pas als de jongen helemaal zelfstandig kunnen zwemmen, krijgen de ouders een beetje rust. En dan gebeurt één van die vreemde dingen, waardoor de natuur zo facinerend blijft: Discusvissen hebben daar een unieke manier voor.

Ze laten zich door de jongen gebruiken als tafel. Gedurende ongeveer 30 dagen eten de kleine visjes van de lichamen van hun ouders. Ze zijn Groeven bewoner van een doorlaat piepklein, vele malen kleiner dan vader en moeder, maar ze schransen van de huid van pa en moe en groeien snel.

De ouders blijven ondertussen grote hoeveelheden voedsel produceren. Daarna wordt het uitgescheiden door de schubben. Tussen die schubben zit het voer voor de kleintjes. Dit gaat non-stop door. De jonkies storten zich op de andere ouder, pa of ma, en gaan die leegschrapen. Pas als de jongen een week kunnen zwemmen, talen ze naar ander voedsel. Vooral vers uitgekomen levende pekelkreeftjes wordne met graagte verslonden.

Tegekijk Groeven bewoner van een doorlaat de ouders met minder voedsel aan te maken. Als de jongen ongeveer een maand kunnen zwemmen, houdt de productie zelfs op.

Meestal verhuizen de ouders dan naar een andere bak. Als de ouders weg zijn, krijgen de jongen de ruimte. Langzaam zoeken de mannetjes de wijfjes op, en omgekeerd, en bereiden ze zich voor om op hun beurt de levenscyclus te vervolgen. Naarmate ze groeien, ontwikkelen ze hun kleurenpracht. In de paar- en broedtijd verdragen de Discusvissen niet zo best andere vissoorten: Dat betekend dat een serieuze discuskweker minstens 3 bakken heeft, met zeer goed, mineraal arm, zacht en zuur water.

Discusvissen zijn zeer gevoelig voor temperatuurwisselingen, verstoringen in de regelmaat, nerveuze kwekers en allerlei andere dingen, die hun ritme bedreigen. Ze houden van beschuttingen. Flinke rotsen in het aquarium vinden ze heerlijk, liefst van leisteen, kalk is taboe.

Planten met grotre bladeren, maar ook ordinair eendekroos vinden ze plezierig. Fel licht vinden ze afschuwelijk. Tenslotte zijn ze ontstaan in de broeiende schemer van het Amazône gebied. Ze zijn ook preuts. In de paartijd houden ze van een afgeschermd hoekje. Ze stellen hun liefdesleven niet graag bloot aan Jan en Alleman. Ze zijn goed trouw, zoals de meeste Cichliden. Ze sluiten een huwelijk voor het leven.

Maar ze zijn ook realistisch, want click to see more de partener sterft, troost de andere zich met een nieuwe levensmaat.

Ze zijn lief voor elkaar en niet vechtlustig. Ze blijven lang mooi met hun planeetachtige wonderbaarlijk gekleurde vormen en strepen, deze ronde koningen. Dit kleine levendbarende visje wordt gevonden in het zuiden van Noord-Amerika, onder andere Florida, waar ze in alle langzaam stromende en stilstaande wateren voorkomen.

Dit rustige visje is wel de kleinste levendbarende die in onze bakken voorkomt. Door hun geringe grootte lijkt het soms alsof ze nog niet volwassen zijn, wat nog bevordert wordt door de grote ogen die ze hebben. Dit gehele beeld wordt echter weer teniet gedaan door hun kleine kop. Wat bij het mannetje ook opvalt is de lengte van de tot gonopodium vergroeide aarsvin, die vaak wel meer als de halve lichaamslengte bedraagt.

De grondkleur is donker goud-bruin op de rugzijde, overgaande in goud-geel aan de buikzijde. Een donkere lengtestreep loopt van het oog naar de staartwortel, die bij oudere exemplaren geheel overheerst, zodat men de 8 á 10 dwarsstrepen, die bij de jonge dieren de boventoon voeren, haast niet meer ziet.

De vinnen zijn doorschijnend goud-geel. Ondanks hun geringe grootte kunnen deze dieren zich echter redelijk handhaven. Wie van kleine visjes houdt moet deze liliputters eens proberen in een klein aquarium met niet te hoge waterstand, vrij dichte randbeplanting en genoeg open zwemruimte. De temperatuur behoeft niet zo hoog te zijn, want uiteindelijk leven ze in de subtropen tussen 15 en 25 graden Celsius. Als U aan deze voorwaarden voldoet, kunt U genieten van de schijngevechten die de mannetjes onderling houden, waarbij druk gebruik wordt gemaakt van uitgespreide vinnen om elkaar, maar vooral ook om vrouwtjes te imponeren!

Als voedsel wordt alles genomen, alleen moet het wel aan hun kleine bekmaat voldoen. De heer Thomas ving in bij Matka in Sierra Leone twee kleine eierleggende tandkarpertjes, die bekend werden als Haplochilus annulatus, doch later werd de definitieve naam Epiplatys annulatus. Een volwassen mannetjes wordt ongeveer 1½ cm lang, de vrouwtjes blijven kleiner. Deze soort kent Groeven bewoner van een doorlaat West-Afrikaanse vangplaatsen, daardoor kunnen ze onderling qua kleur enigzinds verschillen, ook wat betreft de grootte.

De tot nu toe bekende vindplaatsen liggen meer dan km uit elkaar. De Epiplatys annulatus is een kleine soort, daarom moeten we ze niet tesamen houden met grote, drukke vissen. We kunnen ze natuurlijk wel loslaten in een groot aquarium, maar dan in gezelschap van rustige soorten, bijvoorbeeld Epiplatys dageti, Roloffia liberiensis, Roloffia bertholdi en dergelijke. In de handel worden deze soorten vrij veel aangeboden, ze worden door verschillende liefhebbers nagekweekt; ook komen er regelmatig importen binnen.

Wanneer U een combinatie van deze vissen wilt houden, is het vanzelfsprekend wel aan te bevelen het aquarium met zacht water te vullen. In hard water zullen de hier gekweekte exemplaren visit web page gedijen, maar dit geldt natuurlijk niet voor de wildvangexemplaren. De watertemperatuur kan variëren van 24 tot 27 graden Celsius.

Er wordt wel eens beweerd met de temperatuur niet hoger te gaan dan 23 graden Celsius, doch de genoemde soorten reageren gunstig op een iets hogere temperatuur. Ze houden van helder zuurstofrijk en infusorie-arm water; dit is nog steeds het beste milieu voor deze vissen. De kweek met de Epiplatys annulatus is niet zo eenvoudig. Afwisselend voedsel is belangrijk, bijvoorbeeld kleine muggelarven, kleine watervlooien, tubifex, fijn droogvoer.

Voor de kweek moeten we de geslachten een poosje scheiden. Daarna kunnen we ze bij elkaar zetten in een klein bakje, dan we beplanten met wat fijn groen. De afgezette eieren zijn niet groot in aantal en één millimeter groot.

Bij een temperatuur van ongeveer 26 graden Celsius komen de eitjes na ongeveer 10 dagen uit. In dit stadium hebben ze een klein dooierzakje, dat na 24 tot 36 uur verdwenen is. De jongen zwemmen vlak onder het wateroppervlak en moeten gevoerd worden met zeer fijne slootinfusie.

De Epiplatys fasciolatus behoort tot de familie Cypriodontceae. Het land van herkomst is Sierra Leone. Het lichaam van dit visje is zeer slank en zijdelings slechts matig samengedrukt, de grondkleur en de Groeven bewoner van een doorlaat in de vinnen zijn sterk afhankelijk van de vindgebieden. Uit het meest westelijke deel van Sierra Leone is een prachtige hemelsblauwe kleurvariëteit bekend. Over het algemeen is de grondkleur meer groenachtig tot roestbruin, de rug is donkerbruin tot olijfgroen, de kop is bruin met afwisselend rode en blauwe iriserende vlek- en streeptekeningen.

Vooral op de bovenste lichaamshelft bevinden zich talloze zachtgroene iriserende markeringen en boven de aarsvin een aantal donker gepigmenteerde drawsbanden, die van elkaar gescheiden worden door diagonaal opvolgende zachtgroene vlekken.

De rugvin aan de basis is zachtgroen met een brede blauwviolette zoom en roestbruine markeringen in de membranen. De aarsvin is zachtbruin tot roestbruin met een dubbele rode zoom en zachtgroene banden, de staartvin is overwegend bruinachtig met in de bovenste helft zachtgroene membranen en een blauwviolette zoom, in de onderste helft een rode band met daaronder een blauwviolette zône en een bruinrode zoom, de buik- en borstvinnen zijn roestbruin.

De grootte van de Epiplatys fasciolatus is ongeveer 7 centimeter. De vrouwtjes zijn geelbruin, de onderste lichaamshelft is aanzienlijk donkerder, de vinnen zijn kleurloos of in ieder geval zonder de opvallende tekening, die de mannetjes vertonen. We moeten zorgen voor voldoende drijfplanten. Het beste is om over turf te filteren, het water moet niet te hard zijn en ook niet te vers; men moet een sterke oppervlaktebeweging vermijden, bijvoorbeeld door uitstromers. De temperatuur houden we op 23 Groeven bewoner van een doorlaat 26 graden Celsius.

De Epiplatys fasciolatus is geschikt voor grote en kleine aquaria. Men kan aan het water wie Check-in slots voor geld Kompresse geringe hoeveelheid keuken- of zeezout toevoegen 1 á 2 theelepels op 10 liter water.

Als voedsel komen in aanmerking: Ter afwisseling wordt ook droogvoer genomen. De kweek is over het algemeen niet al te moeilijk.

Dit visje is een snavelmeerval. Ze worden de laatste tijd vrij regelmatig geïmporteerd. Toch is de naam snavelmeerval niet geheel juist, want onwillekeurig trekken we een vergelijking met de halfsnavelbek, die ene lange onderkaak en een korte bovenkaak heeft. Bij de Farlowella is daar geen sprake van. De bek van de Farlowella zit aan de onderzijde en de lange snuit is dan ook niets anders dan een lange neus. De lengte van de neus varieert van één tot vier centimeter.

Overigens zijn ze niet alleen aan de voorkant ongewoon lang, maar aan de achterzijde hebben snavelbekmeervallen een lange, dunne staartwortel. De Farlowella kan een lengte bereiken van ongeveer 20 cm, vanzelfsprekend de neus meegerekend.

De Farlowella's hebben een geheel gepantserd lichaam. Naar verhouding zijn de beenplaten vrij groot; zij zorgen dat het lichaam niet buigzaam is. Het enige dat buigzaam is, is de staartwortel. Deze kan licht gebogen worden. In het pantser bevinden zich gaten voor de vinnen, de ogen, de kieuwen; net zoals we dat kennen bij de koffervissen van de tropische koraalriffen.

De Farlowella is een uitermate geschikte aquariumvis, hoewel ze over het algemeen helaas weinig in onze aquaria gehouden worden. De watersamenstelling speelt geen enkele rol. De watertemperatuur kunnen we ongeveer op 24° á 25° Celcius houden. Wel houdt de Farlowella van zuurstofrijk stromend water. Als u over een circulatiepompje beschikt, is dat ideaal en zien we hoe ze graag plekken opzoeken waar de stroming in het Groeven bewoner van een doorlaat het grootst is. Ze houden erg van plantenkost, onder andere in de vorm van algen.

Indien er zich geen alg in het aquarium bevindt, kunnen we ze voeren met Tabimin, doch tubifex wordt ook graag genomen, zolang dit niet in de bodem is gekropen, want dan hebben de Farlowella's er geen interesse meer in. Het is beslist de moeite waard deze visjes eens aan te schaffen, u zult Groeven bewoner van een doorlaat veel plezier aan beleven. Op de aarsvin van deze vis bevinden zich een aantal oranje vlekken, die we eiervlekken noemen.

Deze naam is aan de vlekken gegeven omdat ze niet alleen sprekend lijken op de kleur van de eieren, die een wijfje afzet, maar ook omdat de ze bij de voortplanting een grote rol spelen. Het wijfje van de Haplochromis burtoni is minder kleurrijk dan het mannetje. Het wijfje wordt gedurende de voorbereidingen tot de paring niet altijd in de omgeving van de man geduld. Het mannetje maakt een kuil, waarin beide vissen later zullen paaien. Na het afzetten van de eieren neemt het vrouwtje deze onmiddellijk in de bek, waarna de man vlak voor haar langs dicht over de bodem zwemt, mat de aarsvin altijd gespreid, zodat de vlekken goed zichtbaar zijn.

Tegelijkertijd scheidt het mannetje homvocht uit, dit homvocht Groeven bewoner van een doorlaat het vrouwtje in de bek, zodat de eieren pas in de bek van het vrouwtje worden bevrucht. We hebben hier te maken met een Groeven bewoner van een doorlaat muilbroeder. Voor dat de paringen plaatsvinden zien we overigens hoe fraai het mannetje Groeven bewoner van een doorlaat wijfje het hof maakt. Hij kromt daarbij erg sterk het lichaam, siddert hevig en blijft dan op ongeveer 10 cm afstand van het vrouwtje staan.

Het lichaam is Groeven bewoner van een doorlaat deze gemoedstoestand prachtig groenglanzend van kleur. De manier van hofmaken doet enigzinds aan die van gup-mannen denken. De paring duurt bij de Haplochromis burtoni ongeveer een uur, waarna het mannetje het vrouwtje wegjaagt. Daarom moeten we ze ook in een grote bak houden en in vele gevallen is het het beste om het mannetje te verwijderen. Het aantal eieren varieert tussen de 80 à Groeven bewoner van een doorlaat stuks, hetwelk afhankelijk is van de grootte en de conditie van de vrouw.

De eieren zijn ongeveer 2 mm groot. Na ongeveer drie weken komen de jongen uit de bek van de moeder tevoorschijn en kunnen we ze direct voeren met pekelkreeftjes. De Haplochromis burtoni is erg geschikt voor een Cichlidenaquarium, maar hoort beslist niet thuis in een gezelschapsaquarium, omdat ze bij het overgaan tot de voortplanting flink moeten kunnen graven en erg agresief zijn ten opzichte van andere bewoners.

Ze kunnen zowel in zacht als in hard water gehouden worden. De watertemperatuur kan variëren van 25 tot 29 °Celcius. Alle levend voer wordt geaccepteerd. Volwassen dieren geven we wat grovere kost in de vorm van meelwormen, muggenlarven, tubifex, regenwormen, enz.

De mannen worden circa 10 cm Groeven bewoner van een doorlaat en de wijfjes circa 8 cm. Als we voor de kweek de geslachten scheiden, moeten we de vrouwtjes zodra ze kuitrijp zijn Groeven bewoner van een doorlaat een man zetten, anders gaan de wijfjes onderling tot paren over.

Bij een eventuele kweek, wens ik U veel succes. De Nederlandse naam voor deze vis Groeven bewoner van een doorlaat Zoenvis. Hij wordt ook wel vermeld onder de naam Helostoma rudolfi. Het is een grote goeramisoort. Hij kan ruim 30 cm lang worden. Van deze soort zijn twee kleurvariëteiten.


Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.

Deze lijst bevat de Nederlandstalige casino deluxe gok voor de inwoners van de diverse landen. Zie het artikel inwonersnaam voor de regels waarop deze benamingen steunen. Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie. Overgenomen Groeven bewoner van een doorlaat " https: Navigatiemenu Persoonlijke instellingen Niet aangemeld Overleg Bijdragen Registreren Aanmelden.

Weergaven Lezen Brontekst bekijken Geschiedenis. Navigatie Hoofdpagina Vind een artikel Vandaag Etalage Categorieën Recente wijzigingen Nieuwe artikelen Willekeurige pagina. Groeven bewoner van een doorlaat Gebruikersportaal Snelcursus Hulp en contact Donaties. Hulpmiddelen Links naar deze pagina Verwante wijzigingen Bestand uploaden Speciale pagina's Permanente koppeling Paginagegevens Wikidata-item Deze pagina citeren. In andere talen Koppelingen toevoegen.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 13 mei om Zie de gebruiksvoorwaarden voor meer informatie.

Wikipedia® is een geregistreerd handelsmerk van de Wikimedia Foundation, Inc. Privacybeleid Over Wikipedia Voorbehoud Ontwikkelaars Cookiesverklaring Mobiele weergave.

Congo-Kinshasa Democratische Republiek Congo. Indiër Niet te verwarren met een inwoner van Nederlands-Indië. Saint Vincent en de Grenadines.


Nieuwbouw Jacobskamp Den Dungen

You may look:
- goede online casino
Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.
- alle bezoekers online casino
Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.
- ordening gokautomaat in de beginfase piano
Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.
- speelautomaten in het casino
Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.
- Spinpaleis casino voor geld
Artikelen over aquariumvissen, aquariumplanten, en overige aquarium-gerelateerde onderwerpen, geschreven door Peter Bus, van Aquariumvereniging Pronkjuweel, te.
- Sitemap